Eerste Kamer stemt in met wetsvoorstel doorwerken na AOW

Vanaf volgend jaar wordt het voor AOW’ers makkelijker om door te werken op basis van een arbeidsovereenkomst, bij de eigen of bij een andere werkgever. Op dit moment zijn AOW’ers die willen doorwerken vaak aangewezen op werk via een uitzendbureau of als zzp’er. De Eerste Kamer heeft op 29 september 2015 ingestemd met een wetsvoorstel hierover van minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens minister van der Steur van Veiligheid en Justitie en minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Lees meer

Nieuwe oplossingsrichting voor pensioen in eigen beheer

Op 1 juli jl. zond staatssecretaris Wiebes van Financiën een uitwerking van de oplossingsrichtingen voor de knelpunten bij pensioen in eigen beheer (hierna: PEB) naar de Tweede Kamer. Op 24 september 2015 besprak hij deze oplossingsrichtingen met de Vaste Kamercommissie voor Financiën.

Tijdens deze vergadering bleek dat hij af wil van PEB en geen nieuwe fiscale tegemoetkoming voor het opbouwen van een oudedagsvoorziening in eigen beheer wil. In zijn brief van 1 juli 2015 deed hij al de suggestie om PEB gefaseerd af te schaffen met een aantrekkelijke overgangsregeling. De (slechts) vier aanwezige leden van deze commissie waren positief over deze nieuwe variant.

Inleiding
In eerste instantie verzocht de Tweede Kamer Wiebes om twee mogelijke oplossingsrichtingen op het gebied van PEB verder uit te werken. Hierbij ging het om de zogenoemde oudedagbestemmingsreserve (OBR) en het zogenoemde oudedagssparen in eigen beheer (OED). Een toelichting op deze oplossingsrichtingen vindt u hier.

Huidige PEB afschaffen
Het grootste knelpunt bij PEB is het verschil tussen de fiscale en commerciële waarde van de pensioenaanspraken. Volgens Wiebes hebben 140.000 dga’s PEB en is er sprake van ‘groteske onderdekking’. De fiscale waarde van hun PEB is € 33 miljard, terwijl de commerciële waarde € 73 miljard is. Dit grote verschil wordt vooral veroorzaakt door de extreem lage rente. Hierdoor zijn veel dga’s in de knel geraakt, zij kunnen bijvoorbeeld geen dividend uitkeren, minder investeren, de onderneming niet verkopen, etc.

Hij wil dit probleem oplossen door de volgende fiscale stimuleringsmaatregelingen in te voeren bij een beëindiging van het PEB:

  • dga’s mogen afzien van een deel van de pensioenaanspraken door geen belasting te heffen over het verschil tussen de commerciële en de fiscale waarde van de pensioenverplichting;
  • dga’s over 80% van de fiscale waarde inkomstenbelasting te laten betalen.

Hij voelt er overigens niets voor om te stoppen met PEB en gelijktijdig met een nieuwe fiscaal aantrekkelijke mogelijkheid voor oudedagssparen in eigen beheer te komen.

Vervolg
De Tweede Kamer kan voor het kerstreces een uitgewerkt voorstel voor de afbouw van PEB  tegemoetzien.

Wat de uiteindelijke oplossing moeten we nog afwachten, maar het is wel duidelijk dat die veel impact heeft op de oudedags- en nabestaandenvoorziening. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2017.

Dga’s kunnen wel pensioen blijven opbouwen bij een professionele verzekeraar. Uiteraard zijn er ook andere mogelijkheden om te sparen voor de oudedag en het treffen van een nabestaandenvoorziening.

Heeft u vragen, opmerkingen of wilt u een afspraak maken, dan kunt u mij bereiken via:

T:  055-7851377 of 010-7982435

M: 06-16026504

E:  erik@hertgerspensioenadvies.nl

 

Apeldoorn, 28 september 2015

Erik Hertgers
Hertgers Pensioen Advies

Disclaimer
Dit artikel is geschreven naar de inzichten van 28 september 2015. Hertgers Pensioen Advies heeft bij het redigeren van dit artikel de nodige zorgvuldigheid betracht. Hertgers Pensioen Advies is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat als gevolg van onjuistheden in dit artikel.

AFM doet aanbevelingen aan pensioenverzekeraars

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft een verkennend onderzoek gedaan naar digitale communicatie onder pensioenverzekeraars. Hieruit volgen goede praktijkvoorbeelden en concrete aanbevelingen voor pensioenuitvoerders.

Sinds 1 juli 2015 is de nieuwe Wet pensioencommunicatie van kracht. Pensioenuitvoerders hebben hiermee meer mogelijkheden gekregen om hun deelnemers digitaal te informeren.

Digitale communicatie biedt kansen om het overzicht, inzicht en handelingsperspectief bij pensioen te verbeteren voor deelnemers. De AFM beveelt pensioenuitvoerders aan deze kansen ook te grijpen. Dat is de kern van de aanbevelingen die de AFM doet in het rapport Onderzoek digitale pensioencommunicatie. De toezichthouder geeft hierbij concrete voorbeelden en aandachtspunten voor (digitale) communicatie. De aanbevelingen zijn bedoeld voor pensioenuitvoerders.

Persoonlijke berekeningen
Alle verzekeraars in het onderzoek bieden hun eigen deelnemers een portal, een zogenoemde ‘MijnOmgeving’. Dat is een afgeschermd deel van de website, beveiligd met bijvoorbeeld een wachtwoord. MijnOmgevingen kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden om persoonlijke pensioenberekeningen te maken of de gevolgen van bepaalde beslissingen te bekijken.

De AFM is positief over de constatering dat ‘MijnOmgevingen’ kunnen helpen bij het beantwoorden van de vraag hoeveel pensioen deelnemers (netto per maand) aan pensioen kunnen verwachten.
Deelnemers moeten voor een volledig overzicht wel zelf gegevens aanvullen. De AFM beveelt daarom een verwijzing aan naar mijnpensioenoverzicht.nl. Extra aandacht voor gescheiden deelnemers is   nodig. Deze kwetsbare groep krijgt nu vaak nog niet voldoende overzicht.

Verzekeraars besteden aandacht aan onzekerheden van het pensioen. De AFM is daar positief over. Sommige verzekeraars maken daarnaast duidelijk wat deelnemers – zowel binnen als buiten de pensioenregeling – kunnen doen om hun pensioen zelf te beïnvloeden. Andere verzekeraars kunnen daarin nog verbeteren.

Levensgebeurtenissen
De AFM heeft ook gekeken naar informatie over enkele levensgebeurtenissen, zoals echtscheiding, baanwisseling (met name waardeoverdracht) en pensionering (met name het kiezen van een eigen pensioenuitvoerder voor de uitkeringsfase, het shoppen). In deze situaties kunnen of moeten deelnemers zelf actie ondernemen als het gaat om hun pensioen. De meeste informatie die in het onderzoek is beoordeeld is duidelijk en evenwichtig. Het onderwerp shoppen heeft echter meer aandacht nodig.

De Wet Pensioencommunicatie wordt gefaseerd ingevoerd. Het Pensioenregister breidt de functionaliteiten van mijnpensioenoverzicht.nl de komende jaren uit. De MijnOmgeving kan een aanvulling zijn op mijnpensioenoverzicht.nl. Het is echter niet verplicht om een MijnOmgeving aan te bieden. Pensioenuitvoerders moeten daarom zelf de afweging maken of het aanbieden van een MijnOmgeving kostenefficiënt en van toegevoegde waarde is.

Heeft u vragen, opmerkingen of wilt u een afspraak maken, dan kunt u mij bereiken via:
T:  055-7851377 of 010-7982435
M: 06-16026504
E:  erik@hertgerspensioenadvies.nl

Apeldoorn, 14 september 2015

Erik Hertgers
Hertgers Pensioen Advies

Disclaimer
Dit artikel is geschreven naar de inzichten van 14 september 2015. Hertgers Pensioen Advies heeft bij het redigeren van dit artikel de nodige zorgvuldigheid betracht. Hertgers Pensioen Advies is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat als gevolg van onjuistheden in dit artikel.

Wet Pensioencommunicatie en pensioenplanning

De Eerste en Tweede Kamer zijn unaniem akkoord met de Wet pensioencommunicatie die vanaf 1 juli 2015 van kracht is. Deelnemers krijgen straks informatie die beter aansluit op hun wensen. Met digitale informatie kunnen fondsen kosten beperken. Dat is iets wat de Tweede Kamer belangrijk vindt. Ook vraagt de Tweede Kamer staatssecretaris Klijnsma om werknemers meer inzicht te geven in de totale voor hen betaalde pensioenpremie. De wet biedt in ieder geval volop mogelijkheden om pensioencommunicatie te verbeteren.

Doelstelling
Het doel van de Wet pensioencommunicatie is betere pensioencommunicatie. Fondsen kunnen de onzekerheden over pensioen beter uitleggen. En deelnemers krijgen een persoonlijk totaaloverzicht van hun pensioen. De Tweede Kamer nam twee amendementen aan om uitvoeringskosten te beperken.

Digitaal versus schriftelijk
Door de nieuwe wet krijgen pensioenfondsen meer ruimte om informatie standaard digitaal te verstrekken. Deelnemers kunnen daar bezwaar tegen maken. Schriftelijk tenzij wordt in de nieuwe wet digitaal tenzij. Dat is een grote verbetering. Veel pensioenfondsen kunnen met digitale communicatie hun uitvoeringskosten verlagen en ook persoonlijker communiceren. De Tweede Kamer regelt dat pensioenfondsen ten hoogste eenmaal per jaar kunnen wisselen tussen schriftelijke en digitale verstrekking van informatie. De vrees bestond dat deelnemers hun voorkeur regelmatig wijzigen. Dat kan tot hogere uitvoeringskosten leiden. Door deze wijziging kunnen deelnemers nu maximaal één keer per jaar hun voorkeur wijzigen. Overigens is niet te verwachten dat pensioenfondsen hun keuze (regelmatig) herzien.

Pensioen 1-2-3
Pensioen 1-2-3 biedt de deelnemer gelaagde informatie over zijn pensioenregeling. De deelnemer bepaalt zelf hoe gedetailleerd hij de informatie tot zich neemt: op hoofdlijnen (laag 1), met toelichting op de hoofdlijnen (laag 2) of gedetailleerd (laag 3). De gelaagde opzet van Pensioen 1-2-3 komt het best tot zijn recht in digitale vorm.

De toepassing van Pensioen 1-2-3 is met ingang van 1 juli 2016 verplicht voor deelnemers. Voor 1 juli 2016 mogen pensioenuitvoerders de Pensioen 1-2-3 gebruiken. Laag 1 vervangt de startbrief. Voor meer informatie verwijs ik u naar:

Pensioenvergelijking
Een sollicitant moet de pensioenregeling van de nieuwe werkgever kunnen vergelijken met die van de huidige of een andere werkgever. Daarom komt de basisinformatie van de pensioenregeling op het openbare deel van de website van pensioenuitvoerders. Het gaat om laag 1 uit het Pensioen 1-2-3.

De Tweede Kamer regelt nu dat het niet verplicht is deze informatie op het openbare deel van de website te plaatsen. Dat leidt namelijk voor verzekeraars tot hoge uitvoeringskosten. Zij voeren immers honderden of duizenden regelingen uit. Dit betekent echter wel dat een sollicitant geen vergelijking meer kan maken tussen de oude en de nieuwe pensioenregeling.

Oplossing is dan dat de nieuwe werkgever vóór indiensttreding laag 1 van Pensioen 1-2-3 aan de sollicitant geeft. Maar dat is niet verplicht.

Pensioenplanning
Een andere belangrijke verbetering is de uitbreiding van de taken van het pensioenregister. Dat biedt deelnemers een persoonlijk totaaloverzicht van hun pensioen. Maar er zijn grenzen aan de taken van het pensioenregister. Het kabinet wilde in het pensioenregister een instrument opnemen waarmee de deelnemer de ‘toereikendheid’ van het pensioen in relatie tot de uitgaven kan vaststellen. Dit vond de Tweede Kamer te ver gaan. Daarom schrapt Klijnsma in de (concept) lagere regelgeving deze toets op ‘toereikendheid’ van het pensioen.

Extra moties
De Tweede Kamer nam nog vijf moties aan. Wat vraagt de Kamer van de regering?

  1. Doe onderzoek naar
    1. harmonisatie van verschillende informatiekanalen,
    2. de derde pijler (lijfrente) mogelijkheden in het pensioenregister
    3. de toegankelijkheid van het pensioenregister voor gepensioneerden.
  2. Gebruik een uniforme rekenmethode om uitvoeringskosten van pensioenfondsen en pensioenverzekeraars te kunnen vergelijken.
  3. Geef in het pensioenregister ook inzicht in de te verwachten AOW-leeftijd.
  4. Verken communicatiekanalen om deelnemers meer inzicht te geven in het absolute bedrag aan pensioenpremie dat de werkgever voor hen betaalt.
  5. Geef zo spoedig mogelijk brede voorlichting over de nieuwe wijze van communiceren over het pensioen. Ook werkgevers dienen voorlichting te krijgen over hun rol in de pensioencommunicatie.

Tot slot
Naar verwachting wordt Pensioen 1-2-3 met ingang van 1 januari 2016 verplicht. Het vernieuwen van het UPO bevat zoveel formats dat gedacht wordt aan een gefaseerde ingangstermijn.

Voor de uitvoeringspraktijk is de lagere regelgeving van groot belang. Die wordt medio dit jaar definitief. Dan wordt ook meer duidelijk over de uniforme rekenmethodiek voor de scenario’s die deelnemers inzicht geven in koopkracht en risico’s. In de praktijk verwachten wij nieuwe standaarden voor pensioencommunicatie en slimme pensioenplanners en PensioenTekortenProgramma’s die meer duidelijkheid geven aan de werknemers.

Heeft u vragen, opmerkingen of wilt u een afspraak maken, dan kunt u mij bereiken via:

T:  055-7851377 of 010-7982435

M: 06-16026504

E:  erik@hertgerspensioenadvies.nl

 

Apeldoorn, 29 mei 2015

Erik Hertgers
Hertgers Pensioen Advies

Disclaimer
Dit artikel is geschreven naar de inzichten van 29 mei 2015. Hertgers Pensioen Advies heeft bij het redigeren van dit artikel de nodige zorgvuldigheid betracht. Hertgers Pensioen Advies is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat als gevolg van onjuistheden in dit artikel.

Terugstorting lijfrentepremie

 

De staatssecretaris heeft het besluit van 13 juni 2012 over lijfrenten en periodieke uitkeringen gewijzigd. Hiermee ontstaat de tijdelijke mogelijkheid om zonder heffing van inkomstenbelasting een te hoge inleg op een lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht of te veel betaalde premie op een lijfrenteverzekering teruggestort te krijgen.

Onder voorwaarden keurt staatssecretaris Wiebes goed dat als de financiële instelling de te hoge inleg op de lijfrentespaarrekening of het lijfrentebeleggingsrecht terugstort, de rekening wordt geacht niet te zijn gedeblokkeerd. Een te hoge inleg is het deel van het overgemaakte bedrag dat hoger is dan de aftrekruimte (jaarruimte en/of reserveringsruimte) in het betreffende jaar. Dit houdt in dat ook het bedrag bedoeld in artikel 3.107a, lid 2, Wet IB 2001 (€ 2.269) moet worden teruggestort. Hiervoor is een verklaring van de inspecteur nodig.

De voorwaarden van de goedkeuring zijn als volgt:

  • Het verzoek om terugstorting moet uiterlijk 31 december 2017 door de inspecteur zijn ontvangen.
  • Alleen het bedrag dat niet aftrekbaar is kan worden terugbetaald.
  • Het terugbetaalde bedrag telt alsnog mee in box 3 in het jaar waarin de premie is afgetrokken.

Door de aanvraag stemt de belastingplichtige dus ermee in dat de inspecteur alsnog de belasting navordert.

Opmerking
Het komt steeds vaker voor dat spaarbedragen ‘per ongeluk’ op een verkeerde (lijfrente)rekening worden gestort. Indien dit het geval is, is de belastingplichtige wel verplicht om de jaar- en reserveringsruimte toe te passen.

Heeft u vragen, opmerkingen of wilt u een afspraak maken, dan kunt u mij bereiken via:
T:  055-7851377 of 010-7982435
M: 06-16026504
E:  erik@hertgerspensioenadvies.nl

Apeldoorn, 9 september 2015

Erik Hertgers

Hertgers Pensioen Advies

Disclaimer
Dit artikel is geschreven naar de inzichten van 9 september 2015. Hertgers Pensioen Advies heeft bij het redigeren van dit artikel de nodige zorgvuldigheid betracht. Hertgers Pensioen Advies is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat als gevolg van onjuistheden in dit artikel.

Onderzoek draagvlak keuzevrijheid en solidariteit

In de afgelopen jaren is duidelijk geworden dat het ouderdomspensioen niet zo vanzelfsprekend is als altijd werd gedacht. Door de vergrijzing, slechte beleggingsresultaten en een lage rente is de financiële positie van pensioenfondsen zodanig verslechterd, dat veel van hen moesten besluiten om te korten op de pensioenuitkeringen. Ook verandert de arbeidsmarkt; mensen wisselen vaker van baan of starten als zzp-er. Het is daarom de vraag of het huidige pensioenstelsel nog wel voldoet aan de behoeften van de huidige en toekomstige werkenden.

Onderzoek SCP
In 2014 is, in het kader van de Nationale Pensioendialoog, met deskundigen en belangstellenden gediscussieerd over allerlei aspecten van het pensioenstelsel. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) gevraagd onderzoek te doen naar het draagvlak voor solidariteit in de aanvullende pensioenen: willen mensen nog wel gezamenlijk een pensioen opbouwen? Welke maatschappelijke trends zijn daarbij relevant? En in hoeverre geven mensen de voorkeur aan collectieve of juist aan individuele pensioenregelingen? Het rapport, dat op  26 augustus jl. is gepubliceerd, geeft een uitbreid beeld en antwoord op deze vragen.

Conclusies

  1. Werkenden willen vooral zekerheid over hun toekomstige pensioen. Solidariteit is belangrijk, maar ondergeschikt aan de behoefte aan zekerheid.
  2. Naast zekerheid wenst men ook bepaalde keuzemogelijkheden. Vooral de mogelijkheid om te sparen voor een vervroegd pensioen vindt men aantrekkelijk: 65% van de respondenten zegt dat zij van die mogelijkheid gebruik zouden maken.
  3. De deelnemers aan het onderzoek hebben weinig problemen met het feit dat sommige bevolkingsgroepen meer profijt hebben van de solidariteit in het huidige pensioensysteem dan andere. Dit geldt vooral als het gaat om kwetsbare groepen, zoals arbeidsongeschikten.
  4. Voorstanders van een collectieve regeling zijn vooral te vinden in de leeftijdsgroepen vanaf 35 jaar en bij de midden- en lagere inkomens.
  5. Jongeren tot 35 jaar en mensen met een inkomen van ten minste 1,5 keer modaal zeggen vaker dat zij – indien mogelijk – zouden kiezen voor een (deels) individuele pensioenregeling.
  6. Ook werkenden die menen dat hun deelname aan een pensioenfonds financieel ongunstig zal uitpakken, zouden liever kiezen voor een (deels) individuele regeling.

Werkenden willen vooral zekerheid over hun toekomstige pensioen
Door de vergrijzing en de laatste, langdurige economische crisis is de financiële positie van veel pensioenfondsen sterk verslechterd. De zekerheid van het ouderdomspensioen bleek opeens niet meer zo vanzelfsprekend te zijn.

De werkenden die aan het onderzoek hebben deelgenomen, zijn zich goed bewust van deze ontwikkelingen en hechten veel belang aan de financiële draagkracht van pensioenfondsen. Indien zij zelf een fonds zouden kunnen kiezen, zouden ze vooral letten op aanwijzingen hoe dat fonds er op dat moment voor staat en hoe groot de kans is dat de situatie in de toekomst zou verslechteren. Zo zou 90% van de respondenten kijken naar de dekkingsgraad en meer dan 80% letten op de beleggingsrisico’s en de recente beleggingsresultaten. Bovendien zou ruim de helft van de respondenten ervoor kiezen uit hun pensioenfonds te stappen als dat er slecht voor stond. Verder blijkt dat, voor zover het de respondenten uitmaakt met wie zij in een pensioenfonds zitten, dit voornamelijk voortkomt vanuit de gedachte dat het fonds zoveel mogelijk mensen moet vertegenwoordigen. Ook dit wijst op de wens tot een draagkrachtig pensioenfonds dat goed voor hun ingelegde pensioenpremies zorgt.

Solidariteit ondergeschikt aan zekerheid
Wanneer we in het algemeen vragen hoeveel belang men hecht aan solidariteit in de pensioenen, geeft een meerderheid van de ondervraagde werknemers (63%) aan dat zij dit belangrijk of zeer belangrijk vinden. Gesteld voor de keuze tussen solidariteit en de mogelijkheid om zelf een pensioenfonds te kiezen, heeft echter bijna de helft een voorkeur voor dit laatste. Dat men dan ook kan besluiten om uit het fonds te stappen wanneer dat er slecht voor staat, lijkt daarbij doorslaggevend te zijn. Opnieuw is dit een indicatie dat de behoefte aan zekerheid over het toekomstige pensioen veel gewicht in de schaal legt, en kennelijk meer dan de aanwezigheid van solidariteit.

Gewenste keuzemogelijkheden
Een meerderheid van de ondervraagde werkenden (tot ca. 70%) vindt het belangrijk de vrijheid te hebben om bepaalde aspecten van hun pensioen zelf te bepalen. Het meest genoemd hierbij zijn de mate waarin sprake is van risicovolle beleggingen, en de mogelijkheid om te sparen voor een vervroegd pensioen. Tegelijkertijd vindt een meerderheid (eveneens tot 70%) het toch ook belangrijk dat diezelfde aspecten automatisch geregeld zijn. Men wil wel keuzevrijheid hebben, maar die niet per se gebruiken. Een belangrijke uitzondering hierop vormt de optie om te sparen voor vervroegd pensioen: bijna tweederde van de onderzoekdeelnemers zegt dat ze hier zelf gebruik van zouden maken. Keuzemogelijkheden die relatief risicovol zijn, zoals beleggen met meer risico of het voortijdig opnemen van het opgespaarde pensioengeld, zijn aanmerkelijk minder populair: slechts rond 15% zou hier naar eigen zeggen gebruik van maken.

Herverdeling tussen groepen geen probleem, zolang het maar rechtvaardig isBinnen een pensioenfonds dragen alle deelnemers hetzelfde percentage van hun loon af aan premie en bouwen daarmee jaarlijks eenzelfde percentage aan pensioen op. Als gevolg hiervan vindt er herverdeling ofwel subsidiërende solidariteit plaats: bepaalde groepen dragen bij aan het pensioen van andere. Veel respondenten staan hier neutraal of positief tegenover; zij vinden het bijvoorbeeld geen probleem dat mensen die zeer oud worden langduriger profiteren van een pensioen waar zij evenveel premie voor hebben betaald als degenen die kort na hun pensionering overlijden. Ook vindt ruim de helft het een goede zaak dat gezonde mensen meebetalen aan de pensioenopbouw van mensen die arbeidsongeschikt zijn. Dit verandert wanneer men de subsidiëring als onrechtvaardig ervaart, zoals in het geval dat minder kansrijke groepen (bv. met een lage opleiding, wat gerelateerd is aan een lagere levensverwachting) meebetalen aan het pensioen van mensen ‘die het toch al goed hebben’.

Voorkeur voor collectieve pensioenregelingen
Indien men zou kunnen kiezen tussen een collectieve dan wel een individuele pensioenregeling of een combinatie hiervan, geeft bijna 40% van de werkenden de voorkeur aan collectiviteit. Bijna 20% kiest voor de individuele regeling, terwijl iets meer dan 30% opteert voor een combinatie tussen de twee typen regelingen. Degenen in de leeftijd van 35-64 jaar spreken zich vaker uit voor collectiviteit, net zoals de respondenten met een inkomen tot 1,5 keer modaal en degenen die verwachten dat hun deelname aan het pensioenfonds financieel gunstig zal uitpakken. De behoefte aan individualiteit binnen de pensioenen treffen we vooral aan bij de jongste leeftijdsgroep en degenen met een hoog inkomen. Ook werkenden die denken dat de uitkomst van hun deelname aan een pensioenfonds in financieel opzicht ongunstig zal zijn of die vinden dat ze te weinig invloed hebben op hun pensioen, zijn vaak voorstander van individuele regelingen.

Heeft u vragen, opmerkingen of wilt u een afspraak maken, dan kunt u mij bereiken via:
T:  055-7851377 of 010-7982435
M: 06-16026504
E:  erik@hertgerspensioenadvies.nl

Apeldoorn, 9 september 2015

Erik Hertgers

Hertgers Pensioen Advies

 

Disclaimer
Dit artikel is geschreven naar de inzichten van 9 september 2015. Hertgers Pensioen Advies heeft bij het redigeren van dit artikel de nodige zorgvuldigheid betracht. Hertgers Pensioen Advies is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat als gevolg van onjuistheden in dit artikel.