Aanvullende novelle voor Algemeen Pensioenfonds

 

Op 23 oktober jl. is de reeds eerder door de staatssecretaris van SZW aangekondigde novelle op het wetsvoorstel APF bij de Tweede Kamer ingediend. De inhoud van de novelle bevat niet veel meer dan het verwijderen van het amendement waarvan de Raad van State heeft geoordeeld dat het een risico inhoudt voor de verplichtstelling. De novelle heeft een blanco advies gekregen van de Raad van State en zou dan ook zeer snel door de Tweede Kamer kunnen worden behandeld. De pensioenfondsen hebben aangegeven dat ze een snelle afhandeling van het wetsvoorstel APF belangrijk vinden en dringen er bij de Kamer op aan deze novelle met gezwinde spoed in behandeling te nemen.

In de memorie van toelichting op de novelle staat een bijzondere zin te weten: “De regering is van mening dat er voldoende alternatieven blijven voor verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen om tot schaalvergroting te komen”. De verschillende in dekkingsgraden maakt dit echter zo goed als onmogelijk.

Ook de pensioenfondsen zijn het niet eens met de stellingname van de staatssecretaris.  Verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen kunnen alleen tot schaalvergroting komen als er toevalligerwijs sprake is van een vrijwel gelijke dekkingsgraad. In haar brief van 6 oktober 2015 waarin de staatssecretaris de novelle aankondigt schrijft de staatssecretaris dat indexatiedepots wellicht een alternatief zijn om schaalvergroting mogelijk te maken. Dat is in de ogen van de pensioenfondsen geen reëel alternatief. Immers dat dwingt fondsen met een ongelijke dekkingsgraad om de -overtollige- gelden per definitie aan te wenden voor indexatie van een toekomstige deelpopulatie. Het is maar de vraag of dat in alle gevallen de toets van een evenwichtige belangenafweging kan doorstaan.

De pensioenfondsen zijn op zoek naar een wettelijke regeling die het mogelijk maakt dat ook de miljoenen deelnemers bij een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds kunnen profiteren van devoordelen die aan het APF worden toe geschreven.

Conclusie
Niet alleen verzekeraars zien kansen om met een APF aan de slag te gaan. Inmiddels zijn het de pensioenfondsen die ook graag een andere invulling zien van de verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen, echter vanuit een ander standpunt met blijvende verplichtstellingen. Het begin van nieuwe pensioenuitvoerders kan mooi samenvallen met een nieuw toekomstig pensioenstelsel.

DGA en werknemersverzekeringen

Op 1 januari 2016 treedt de nieuwe Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder (DGA) in werking. Deze nieuwe regeling geeft duidelijkheid over de vraag of een DGA verzekerd is voor de werknemersverzekeringen. Deze nieuwe regeling was nodig door de komst van de Flex-BV en door recente jurisprudentie.

Achtergrond van de nieuwe regeling
De nieuwe regeling wordt ingevoerd omdat de bestaande regeling sinds de invoering van de flex-BV per 1 oktober 2012 (Wet vereenvoudiging en flexibilisering BV-recht) verouderd is en er de nodige ontwikkeling is geweest in de jurisprudentie. De bestaande regeling wordt per 1 januari 2016 ingetrokken en vervangen door de nieuwe regeling.

Huidige regeling
Een bestuurder van een vennootschap is in dienstbetrekking bij die vennootschap indien hij daarvoor een vergoeding ontvangt. Dat betekent dat hij loonbelasting moet afdragen en bovendien kwalificeert hij voor de werknemersverzekeringen mogelijk als DGA indien hij aandelen in die vennootschap heeft. Hierdoor is hij mogelijk niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen.

In de huidige regeling is de definitie van bestuurder beperkt tot de statutair bestuurder. In jurisprudentie wordt die tekst heel letterlijk genomen. Dit leidt er bijvoorbeeld toe dat premieplicht ontstaat als in plaats van de natuurlijke persoon een persoonlijke holding statutair bestuurder is van de werk-BV.

Nieuwe regeling
In de nieuwe regeling is de definitie van het begrip bestuurder uitgebreid. Naast de statutair bestuurder wordt ook de natuurlijke persoon die namens een rechtspersoon de werkzaamheden voor de vennootschap feitelijk verricht, als bestuurder aangemerkt. Een bestuurder kwalificeert op basis van de nieuwe regeling niet voor de werknemersverzekeringen indien hij (direct of indirect):

  • Samen met zijn echtgenoot* een zodanig aantal aandelen bezit dat hij volgens de statuten zelf of met zijn echtgenoot kan besluiten over zijn ontslag;
  • Samen met bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad en zijn echtgenoot, ten minste 2/3 van de aandelen met stemrecht bezit zodat hij met die bloed- of aanverwanten en zijn echtgenoot, over zijn ontslag kan besluiten;
  • Een zodanige zeggenschap heeft, al dan niet met elkaar in een groep verbonden, dat hij hierdoor over zijn ontslag kan besluiten;
  • Behoort tot een zodanige groep die samen alle aandelen houden van de vennootschappen en waarvan elke aandeelhouder een gelijk of nagenoeg gelijk deel van het kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigt.
    * Als echtgenoot wordt ook aangemerkt de geregistreerde partner en de ongehuwd meerderjarige waarmee de bestuurder een gezamenlijke huishouding voert (niet een bloedverwant in de eerste graad).

Voor de inkomstenbelasting heeft een DGA een aanmerkelijk belang als hij ten minste 5% van het aandelenkapitaal bezit.

Voor de loonbelasting is een DGA werknemer als hij arbeid verricht voor een lichaam waarin hij of zijn partner een aanmerkelijk belang (volgens de definitie van de inkomstenbelasting) heeft. Dit kan een echte dienstbetrekking zijn maar ook een fictieve.

Voor de Pensioenwet wordt een DGA met 10% of meer van de aandelen met stemrecht niet als werknemer aangemerkt.

Conclusie
In de nieuwe regeling wordt meer naar de feitelijke omstandigheden gekeken. Het uitgangspunt is of een gezagsverhouding tussen de vennootschap en de bestuurder aanwezig is. Dit betekent dat als een DGA zijn ontslag zelf kan bepalen er géén sprake is van een gezagsverhouding.

Bij pensioenopbouw en gecombineerde pensioenverzekeringen in eigen beheer, is het van belang dat er ook meer dan 10% stemrecht aanwezig is, anders is er sprake van een onzuivere pensioentoezegging.

Heeft u vragen, opmerkingen of wilt u een afspraak maken, dan kunt u mij bereiken via:

T:  055-7851377 of 010-7982435
M: 06-16026504
E:  erik@hertgerspensioenadvies.nl

Apeldoorn, 13 december 2015

Erik Hertgers
Hertgers Pensioen Advies

Disclaimer
Dit artikel is geschreven naar de inzichten van 13 december 2015. Hertgers Pensioen Advies heeft bij het redigeren van dit artikel de nodige zorgvuldigheid betracht. Hertgers Pensioen Advies is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat als gevolg van onjuistheden in dit artikel.

Uniform Pensioenoverzicht (UPO) 2016

De koepelorganisaties Pensioenfederatie en Verbond van Verzekeraars hebben op de UPO-website de nieuwe UPO-modellen voor het jaar 2016 voor actieve deelnemers gepubliceerd. Alle andere modellen zijn ongewijzigd gebleven. De nieuwe modellen 4a en 4b worden komende maand gepubliceerd.

Wijzigingen 2016
Alle wijzigingen zijn toegelicht in de handleiding.
Hierna volgen de belangrijkste wijzigingen in de UPO-modellen 2016 voor actieve deelnemers:

  1. Het te bereiken pensioen hoeft niet meer verplicht getoond te worden op het UPO. Pensioenuitvoerders moeten in hun besluit om het te bereiken pensioen wel of niet te tonen op het UPO aansluiten op de behoeften van hun deelnemers (lid 2 artikel 48 Pensioenwet).
  2. In eerdere pensioenoverzichten (model 2(a) en model 3(a)) werden de pensioenindicaties berekend met de door DNB in oktober gepubliceerde 25-jaars SWAP-rente van september in het voorafgaande jaar en de geldende overige maatschappijtarieven. In het UPO 2016 worden de pensioenindicaties berekend op basis van de maatschappijtarieven inclusief de eigen maatschappijrentes zoals deze worden gehanteerd op de peildatum van hetUPO (31.12.eejj-1 of 01.01.eejj).
  3. De modellen voor actieve deelnemers zijn ook bruikbaar voor het nettopensioen. Aan de drie modellen zijn optionele teksten toegevoegd die gebruikt kunnen worden voor het nettopensioen. Uitvoerders die zowel een netto- als een brutopensioen uitvoeren moeten voor elke regeling afzonderlijk een apart UPO versturen.
  4. Een verwijzing naar de website van de pensioenuitvoerder moet verplicht worden opgenomen op het UPO.
  5. Bij de informatie over de toeslagverlening (model 1) moet een vergelijking met de prijzen worden gemaakt.
  6. De tekst over de voorwaardelijkheid van de toeslagverlening is vormvrij. Pensioenuitvoerders zijn vrij om de in de voorgaande jaren voorgeschreven tekst van de AFM te gebruiken. Bij de keuze welke tekst wordt gebruikt moet ook rekening worden gehouden met lid 2 artikel 48 van de Pensioenwet.
  7. Op het UPO moet worden opgenomen of het pensioen in de afgelopen drie jaar is verlaagd (en zo ja, met hoeveel procent).
  8. Op het UPO moet, indien het te bereiken pensioen niet is opgenomen, worden vermeld dat een opgave van het te bereiken pensioen kan worden opgevraagd bij de pensioenuitvoerder.
  9. Model 5 voor beroepspensioenfondsen is komen te vervallen en geïntegreerd in model 1.

Mijn conclusie
Vanaf 2016 mogen de pensioenuitvoerders hun eigen tarief gebruiken, zoals dat op de peildatum wordt gehanteerd. De pensioenindicatie over het opgebouwde kapitaal is dan niet meer gelijk aan de indicatie bij een andere uitvoerder en kan significant afwijken van het voorgaande jaar. Voor financieel planners, hypotheek- en pensioenadviseurs is het zaak deze indicaties op de juiste waarde in te schatten.

Heeft u vragen, opmerkingen of wilt u een afspraak maken, dan kunt u mij bereiken via:
T:  055-7851377 of 010-7982435
M: 06-16026504
E:  erik@hertgerspensioenadvies.nl

Apeldoorn, 2 december 2015

Erik Hertgers

Hertgers Pensioen Advies

Disclaimer
Dit artikel is geschreven naar de inzichten van 2 december 2015. Hertgers Pensioen Advies heeft bij het redigeren van dit artikel de nodige zorgvuldigheid betracht. Hertgers Pensioen Advies is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat als gevolg van onjuistheden in dit artikel.

Pensioenknip directeur-grootaandeelhouder

De Pensioenknip maakt het mogelijk om bij premie-en kapitaalovereenkomsten de uitkering op de ingangsdatum te splitsen (knippen) in een direct ingaande tijdelijke uitkering en een daarop aansluitende levenslange uitkering. De tijdelijke regeling pensioenknip is recent opnieuw opengesteld. De regeling maakt het mogelijk om een tijdelijke uitkering van maximaal twee jaar aan te kopen. Hierover kunt u meer lezen in mijn eerdere berichten:

Directeur-grootaandeelhouder

De directeur-grootaandeelhouder (dga) die voor de toepassing van de Pensioenwet (PW) niet wordt aangemerkt als een werknemer, kan ook gebruik maken van de pensioenknip. Er moet dan wel sprake zijn van een premieovereenkomst of een kapitaalovereenkomst die zou voldoen aan de eisen van de PW indien die wet daarop van toepassing zou zijn. Gek genoeg heeft de belastingdienst een premie-overeenkomst in eigen beheer nimmer geaccepteerd.

Variabele pensioenuitkering

Inmiddels heeft staatssecretaris Klijnsma het wetsvoorstel variabele pensioenuitkeringen ingediend bij de Tweede Kamer gestuurd. Na invoering van maatregelen uit het wetsvoorstel zal worden bezien of de ‘handreiking tijdelijke pensioenknip 2015′ nog op bepaalde punten moet worden aangepast.

De grote vraag is voor werknemers die op dit moment een pensioen moeten aankopen of het verstandig om een deel van het pensioenkapitaal 2 jaar uit te stellen. Als de rente de komende 2 jaar verder daalt, heeft dit tot gevolg dat het aan te kopen pensioen ná 2 jaar nog lager wordt dan de huidige aanbieding van de verzekeraar.

Als de rente de komende 2 jaar stijgt, krijgt de werknemer kans op een, relatief gezien, aanzienlijk hoger pensioen voor de rest van zijn of haar leven.

Mijn conclusie

De kans bestaat dat over 2 jaar er tevens de mogelijkheid bestaat om het restant pensioenkapitaal om te zetten in een variabele pensioenuitkering. Hiermee zou men kunnen profiteren van extra beleggingsopbrengsten van het pensioenvermogen. Of de variabele pensioenuitkering wordt lager doordat men steeds langer leeft.

Heeft u vragen, opmerkingen of wilt u een afspraak maken, dan kunt u mij bereiken via:

T:  055-7851377 of 010-7982435
M: 06-16026504
E:  erik@hertgerspensioenadvies.nl

Apeldoorn, 2 december 2015

Erik Hertgers

Hertgers Pensioen Advies

 

Disclaimer

Dit artikel is geschreven naar de inzichten van 2 december 2015. Hertgers Pensioen Advies heeft bij het redigeren van dit artikel de nodige zorgvuldigheid betracht. Hertgers Pensioen Advies is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat als gevolg van onjuistheden in dit artikel.

Wet doorwerken na AOW-gerechtigde leeftijd

Per 1 januari 2016 treedt de Wet doorwerken na AOW-gerechtigde leeftijd in werking waardoor doorwerken na de AOW-gerechtigde leeftijd een stuk eenvoudiger wordt. Dit maakt het voor werkgevers aantrekkelijker om AOW-gerechtigden in dienst te houden of te nemen.

Huidige regeling

Onder de huidige wetgeving wordt er geen onderscheid gemaakt tussen een werknemer die nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt en een werknemer die de AOW-gerechtigde leeftijd wel heeft bereikt. Voor beide categorieën gelden dezelfde regels in geval van ziekte en arbeidsrecht.

Achtergrond van de nieuwe regeling

AOW-gerechtigde werknemers nemen een bijzondere marktpositie in. Zij hebben immers recht op een AOW-uitkering en meestal ook op pensioen waardoor zij niet meer door arbeid in het eigen levensonderhoud hoeven te voorzien. Omdat de premies voor werknemersverzekeringen niet meer hoeven te worden afgedragen voor AOW-gerechtigde werknemers zijn de loonkosten voor deze werknemers bovendien lager. Aan de andere kant is de kans op ziekte weer groter bij AOW-gerechtigde werknemers en dat brengt mogelijk hoge kosten met zich mee voor werkgevers. Dit maakt dat veel AOW-gerechtigden die willen doorwerken, zijn aangewezen op werken via een uitzendbureau of als ZZP-er.

Naast de bijzondere marktpositie van AOW-gerechtigde werknemers is er ook een risico op verdringing van jongere werknemers.

Het wetsvoorstel is inmiddels zowel door de Tweede als door de Eerste Kamer goedgekeurd en treedt per 1 januari 2016 in werking.

Nieuwe regeling

De belangrijkste maatregelen uit het wetsvoorstel zijn de volgende:

  • De werkgever hoeft het loon van een zieke werknemer die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, maximaal dertien weken door te betalen.
  • Er rusten minder zware re-integratieverplichtingen op de werkgever.
  • De wettelijke ketenregeling kan worden verruimd door bijvoorbeeld overeen te komen dat eerst na zes tijdelijke contracten of na verloop van 48 maanden een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat.
  • Er geldt standaard een opzegtermijn van een maand voor werknemers die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, ongeacht de duur van de arbeidsovereenkomst.
  • Het wettelijk loon gaat ook gelden voor werknemers die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt.
  • De Wet aanpassing arbeidsduur geldt niet meer voor AOW-gerechtigden waardoor een AOW-gerechtigde niet meer het recht heeft om zijn arbeidsduur aan te passen.

Mijn conclusie

De arbeidsovereenkomst van een AOW-gerechtigde werknemer kan gewoon worden voortgezet en op elk gewenst moment door de werkgever worden beëindigd zonder dat aanspraak ontstaat op een transitievergoeding.

Het belang van langer doorwerken en gebruik kunen maken van de ervaring en kennis van de generaties die nu aan het werk zijn komt in dit wetsvoorstel goed naar voren. Er zijn inmiddels meer dan 125.000 werknemers die op dit moment doorwerken na de AOW-gerechtigde leeftijd. Het risico bestaat wel dat er verdringing van jongere werknemers ontstaat . Het pensioenontslag-beding heeft hiermee feitelijk geen waarde meer in een arbeidsovereenkomst.

Heeft u vragen, opmerkingen of wilt u een afspraak maken, dan kunt u mij bereiken via:

T:  055-7851377 of 010-7982435
M: 06-16026504
E:  erik@hertgerspensioenadvies.nl

Apeldoorn, 2 december 2015

Erik Hertgers

Hertgers Pensioen Advies

 

Disclaimer
Dit artikel is geschreven naar de inzichten van 2 december 2015. Hertgers Pensioen Advies heeft bij het redigeren van dit artikel de nodige zorgvuldigheid betracht. Hertgers Pensioen Advies is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat als gevolg van onjuistheden in dit artikel.