Brief staatssecretaris Wiebes over pensioen in eigen beheer

Op 17 december 2015 stuurde staatssecretaris Wiebes van Financiën een brief naar de Eerste en de Tweede Kamer over de mogelijke oplossingsrichtingen voor de knelpunten bij pensioen in eigen beheer (PEB).

Inleiding
Op 1 juli 2015 zond hij een uitwerking van de oudedagsbestemmingsreserve (OBR) en het oudedagssparen in eigen beheer (OEB) naar de Tweede Kamer. Op 24 september 2015 besprak hij die met de Vaste Kamercommissie voor Financiën. In dit overleg bleek dat hij af wil van PEB en geen nieuwe fiscale tegemoetkoming wil voor het opbouwen van een oudedagsvoorziening in eigen beheer wil. De knelpunten bij PEB wil hij oplossen met twee fiscale stimuleringsmaatregelen, zie mijn bericht van 28 september 2015. In deze brief werkt hij dit verder uit en maakt hij een vergelijking tussen de oplossingen OEB en uitfaseren van PEB via een gefaciliteerde afkoop.

Hieronder vindt u een korte samenvatting van deze brief. In de bijlagen bij deze brief beantwoordt hij (technische) vragen die tijdens het overleg van 24 september 2015 zijn gesteld. Ook gaat hij daar nader in op de in de brief in genoemde weging van de voor- en nadelen van uitfaseren van het PEB via een gefaciliteerde afkoop in vergelijking met het OEB. Daarnaast brengt hij nog twee bijkomende opties (onderbrengen bij een professionele verzekeraar en spaarvariant bij uitfasering) en een aandachtspunt (mogelijke uitstraling naar de fiscale oudedagsreserve) onder de aandacht van de Kamer.

In deze brief schrijft hij: “Wij staan dan ook voor de fundamentele vraag: willen wij de opbouw van een oudedagsvoorziening in eigen beheer fiscaal blijven faciliteren of willen wij het PEB afschaffen zonder daarvoor een andere fiscaal gefaciliteerde oudedagsvoorziening in de plaats te stellen en het zodoende uitfaseren?”

PEB minder aantrekkelijk
De staatssecretaris legt uit waarom PEB eigenlijk niet meer aantrekkelijk is. Ook merkt hij op dat veel DGA’s van recent opgerichte bv’s daarom niet meer aan PEB beginnen. Volgens hem zien zij de eigen bv als een ‘spaarpotje’ voor de oude dag. Daarnaast zijn veel DGA’s met een PEB inmiddels gestopt met verdere opbouw. Hierdoor is volgens hem het uitfaseren van het PEB in feite al ingezet. Daarom vindt hij het zinvol om na te denken of deze ontwikkelingen (deels) kan worden begeleid en (wellicht) versneld. Hij stelt de Kamer voor het uitfaseren van het PEB met een fiscaal aantrekkelijke uitstapmogelijkheid voor bv’s met PEB-verplichtingen mogelijk te maken.

Wijze van uitfaseren
Hij denkt bij het afschaffen en uitfaseren van het PEB vooral aan een tijdelijke maatregel die voorziet in de fiscaal gefaciliteerde afkoop van het PEB. Hierbij wordt als eerste stap het PEB fiscaal geruisloos afgestempeld naar het niveau van de fiscale waarde van de pensioenverplichting. Daarna kan het pensioen worden afgekocht voor die waarde. Daarbij wordt loonheffing geheven over 80% van de afkoopsom (fiscale waarde vóór afstempeling). Als het aan de staatssecretaris ligt is deze gefaciliteerde afkoopmogelijkheid eenmalig, bijvoorbeeld gedurende het jaar 2017.
OEB in combinatie met gefaciliteerde afkoop is voor hem geen optie.

Als de DGA en diens (eventuele) partner niet kiest voor deze afkoopmogelijkheid, blijven de bestaande pensioenaanspraken gewoon in stand. Over nieuwe dienstjaren kan de DGA dan uiteraard geen pensioen meer in eigen beheer meer opbouwen. Voor de al in eigen beheer opgebouwde pensioenaanspraken blijft dan de huidige regelgeving in de vennootschapsbelasting en loonbelasting gelden.

Uiteraard kan de DGA over nieuwe dienstjaren wel pensioen opbouwen bij een professionele aanbieder.

Vergelijking OEB en uitfaseren via een gefaciliteerde afkoop
In bijlage 1 bij de brief staan de voor- en nadelen van uitfaseren van het PEB via een gefaciliteerde afkoop en die van het OEB. Daarnaast toetst de staatssecretaris beide varianten aan de uitgangspunten en randvoorwaarden zoals hij die heeft vermeld in zijn brief van 2 juni 2014. Voor het OEB en de OBR heeft hij dat in zijn brief van 1 juli 2015 al gedaan.

De afweging tussen de twee oplossingsrichtingen OEB en uitfaseren via een gefaciliteerde afkoop, laat zien dat de uitfaseringsvariant via een gefaciliteerde afkoop een verdere vereenvoudiging betekent ten opzichte van het OEB. Maar de middelen die zijn gespaard voor de oude dag, zijn in de afschaffingsvariant niet meer volledig beschikbaar voor (de financiering van) de eigen bv. Bij het OEB blijven die middelen wel volledig beschikbaar. Beide oplossingsrichtingen voldoen daarom niet volledig aan de vooraf gestelde uitgangspunten en randvoorwaarden.

Omdat bij het OEB de overgang van het PEB naar het OEB fiscaal geruisloos mogelijk is, kunnen ook bv’s die in een minder goede financiële positie verkeren en bv’s met weinig of geen liquide middelen hieraan meedoen. Op het gebied van wet- en regelgeving zal het OEB echter niet de gewenste vereenvoudiging met zich brengen. Ook blijft de opbouw van de oudedagsvoorziening in de risicosfeer van de eigen bv. Wel is de regeling voor de DGA en de Belastingdienst goed uitvoerbaar en begrijpelijk.

Bij het uitfaseren van het PEB via een gefaciliteerde afkoop, zal door het afdragen van de voor de afkoop van de verplichting verschuldigde loonheffing liquiditeit (voor de bv) verloren gaan, maar de bv wordt definitief van een verplichting bevrijd. Het netto ontvangen bedrag van de afkoopsom kan de DGA als kapitaal terugstorten in de bv of anderszins vrij gebruiken. De DGA heeft meer keuzemogelijkheden, hij loopt niet meer tegen een beklemming van een deel van het vermogen van de bv aan en de bv komt in een betere solvabiliteitspositie. Voor toekomstige investeringen is er daardoor ook meer leencapaciteit. Wat betreft wet- en regelgeving, de administratieve lasten voor de DGA en zijn bv en de uitvoering voor de Belastingdienst, betekent het uitfaseren een behoorlijke vereenvoudiging.

Ten slotte
De staatssecretaris heeft vanwege de vereenvoudiging van de wet- en regelgeving een voorkeur voor een uitfasering van het PEB met een fiscaal gefaciliteerde afkoopmogelijkheid, zonder er iets anders voor in de plaats te brengen. Maar, hij wil zijn ogen niet sluiten voor de signalen uit de wetenschap en het maatschappelijk middenveld die hem sinds het algemeen overleg op 24 september 2015 hebben bereikt. Daaruit blijkt dat in de wetenschap voor- en tegenstanders zijn van uitfaseren met een afkoopmogelijkheid. Verder is op ambtelijk niveau overleg geweest met VNO-NCW, MKB-Nederland en ONL. Daarin kwam naar voren dat velen in de DGA-wereld er wel aan hechten om fiscaal gefaciliteerd in eigen beheer een oudedagsvoorziening op te kunnen bouwen en daarom graag het OEB geïntroduceerd willen hebben.

Hij vraagt de Kamer vóór het krokusreces 2016 een keus te maken uit OEB en uitfaseren via een gefaciliteerde afkoop. Dan zal hij een conceptvoorstel opstellen dat in de eerste helft van 2016 voor internetconsultatie kan worden voorgelegd. Een inwerkingtreding per 1 januari 2017 is dan nog mogelijk.

De fiscaal gefaciliteerde afkoopmogelijkheid van het PEB lijkt interessant. Maar, voor veel DGA’s zal dat niet het geval zijn. Daarnaast moet de bv over voldoende liquiditeiten kunnen beschikken om de afkoopsom uit te keren.

Heeft u vragen, opmerkingen of wilt u een afspraak maken, dan kunt u mij bereiken via:
T:  055-7851377 of 010-7982435
M: 06-16026504
E:  erik@hertgerspensioenadvies.nl

Apeldoorn, 6 januari 2016

Erik Hertgers
Hertgers Pensioen Advies

Disclaimer
Dit artikel is geschreven naar de inzichten van 6 januari 2016. Hertgers Pensioen Advies heeft bij het redigeren van dit artikel de nodige zorgvuldigheid betracht. Hertgers Pensioen Advies is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat als gevolg van onjuistheden in dit artikel.