Hoofdlijnen uitkomsten Nationale Pensioendialoog

De financiële crisis liet zien dat pensioenuitkeringen niet zo zeker zijn als altijd gedacht. Tegelijkertijd verandert de arbeidsmarkt, mensen wisselen vaker van baan of hebben tijdelijke banen, waardoor ze vaak minder pensioen opbouwen. Steeds meer mensen werken als ZZP’er. Mensen worden ouder, maar krijgen ook langer pensioen. Er komen minder jongeren en meer ouderen. Om het pensioenstelsel goed te houden heeft het kabinet allerlei maatregelen genomen. Dit was noodzakelijk onderhoud voor de korte termijn. Voor de lange termijn is mogelijk meer nodig om recht te doen aan de veranderende samenleving.
Vorig jaar is de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Jetta Klijnsma, de Nationale Pensioendialoog gestart met de vraag: “Past het pensioenstelsel nog wel bij deze veranderende samenleving?” Het pensioenstelsel heeft een aantal kenmerken zoals collectiviteit, solidariteit en verplichtstelling. Tijdens deze dialoog heeft zij burgers, sociale partners, de pensioensector, deskundigen, denktanks en toezichthouders gevraagd zich hierover uit te spreken en met ideeën en voorstellen te komen. Iedereen kon hieraan meedoen en geen onderwerp was taboe.

De opbrengsten uit deze brede dialoog vormden de input voor de Hoofdlijnennota met bouwstenen voor een mogelijk toekomstig pensioenstelsel. Uit de dialoog kwam naar voren dat het fundament van het pensioenstelsel goed is, maar dat dit moet worden aangepast aan de veranderende manier waarop mensen werken en leven. Staatssecretaris Klijnsma heeft op 6 juli jl. de Hooflijnennota naar de Tweede Kamer gestuurd.

Hoofdlijnen voor een nieuw pensioenstelsel
De richtinggevende hoofdlijnen voor een nieuw pensioenstelsel zijn:

  1. Een gedifferentieerde aanpak: een toereikend aanvullend pensioen voor alle werkenden
    Alle werkenden moeten een adequaat pensioen kunnen opbouwen, dat kan worden afgestemd op de individuele situatie. Er zijn nu mensen die weinig of geen pensioen opbouwen zoals flexwerkers, werknemers zonder pensioenregeling en veel zelfstandigen. Maar er zijn ook mensen die verplicht meer pensioen opbouwen dan waar ze behoefte aan hebben, gezien de samenhang met andere vermogensbronnen zoals individuele pensioenbesparingen, vrije besparingen of een eigen woning, die voor lagere woonlasten zorgt. Dat vraagt om een gedifferentieerde aanpak. Het kabinet wil daarom samen met alle belanghebbenden partijen de mogelijkheden daartoe verkennen.
  2. Overgang naar een actuarieel correcte systematiek van pensioenopbouw
    De doorsneesystematiek waarbij jongeren en ouderen dezelfde premie betalen, zorgt voor een herverdeling van jonge deelnemers naar oudere deelnemers. Dit wringt met de hedendaagse arbeidsmarkt en staat transparantie en een evenwichtige verdeling van risico’s in de weg.
    Het kabinet ziet afschaffing van de doorsneesystematiek als een belangrijke stap op weg naar een toekomstbestendig pensioenstelsel. Het streeft er naar deze systematiek vanaf 2020 af te bouwen door gefaseerd over te stappen naar een actuarieel correcte systematiek van pensioenopbouw. Dat betekent dat de relatie tussen premie en de opbouw van pensioenaanspraken in balans is en er op voorhand geen herverdeling tussen leeftijdsgroepen plaatsvindt. Het kabinet heeft de voorlopige voorkeur voor een systeem waarin de premie niet afhankelijk is van de leeftijd, maar de pensioenopbouw wel afneemt met de leeftijd (degressieve pensioenopbouw).
  3. Naar een transparanter en eenvoudiger pensioen
    Risicodeling is een van de sterke kanten van het Nederlandse pensioenstelsel. Het kabinet vindt het belangrijk dat die behouden blijft en ondersteunt de ontwikkeling van een nieuwe pensioenovereenkomst gebaseerd op de opbouw van een persoonlijk pensioenvermogen waarbij risicodeling mogelijk blijft. Ook moet bijvoorbeeld maatwerk mogelijk zijn in het beleggingsbeleid, zodat de individuele deelnemer kan kiezen tussen een risicomijdend en een risicovoller beleggingsdeel.
  4. Meer ruimte voor maatwerk en keuzemogelijkheden
    Het kabinet is voorstander van een combinatie van meer maatwerk en keuzemogelijkheden, zodat pensioenregelingen beter aansluiten op de kenmerken en voorkeuren van deelnemers. Het kabinet gaat verkennen welke mogelijkheden er zijn bij een vorm van persoonlijke pensioenopbouw voor maatwerk op het gebied van beleggingsbeleid, de hoogte van de inleg en de vorm van de uitkering. Ook verkent het kabinet de ruimte voor het bieden van keuzemogelijkheden op deze terreinen. Door keuzemogelijkheden kunnen mensen hun pensioen in beginsel beter afstemmen op hun persoonlijke voorkeuren, waardoor een adequate pensioenopbouw mogelijk wordt. Zodoende kan ook een betere koppeling worden gemaakt met wonen en zorg. Een punt van aandacht is tevens de mogelijkheid voor werknemers en werkgevers om in gezamenlijkheid een pensioenuitvoerder te kunnen bepalen.

Het vervolg
Klijnsma: ‘’Na de dialoog met de samenleving en deskundigen wil ik nu op basis van deze hoofdlijnennota met de Tweede Kamer van gedachten wisselen.’’

In het najaar ontvangt de Tweede Kamer van het kabinet een werkprogramma van het kabinet met de stappen voor de verdere uitwerking van de hoofdlijnen.

Tot slot
Meer informatie over de Nationale Pensioendialoog vindt u op http://denationalepensioendialoog.nl
De verdere uitwerking van de hoofdlijnen voor een toekomstbestendig pensioenstelsel zal een bijzonder complex en veelomvattend traject worden. In 2020 moet dit traject hebben geleid tot een nieuw soort pensioenregeling inclusief de mogelijkheden voor keuzevrijheid en maatwerk.

Heeft u vragen, opmerkingen of wilt u een afspraak maken, dan kunt u mij bereiken via:
T  055-7851377 of 010-7982435
M 06-16026504
E  erik@hertgerspensioenadvies.nl

Apeldoorn, 11 juli 2015

Erik Hertgers
Hertgers Pensioen Advies

 

Disclaimer
Dit artikel is geschreven naar de inzichten van 11 juli 2015. Hertgers Pensioen Advies heeft bij het redigeren van dit artikel de nodige zorgvuldigheid betracht. Hertgers Pensioen Advies is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat als gevolg van onjuistheden in dit artikel.