Onderzoek draagvlak keuzevrijheid en solidariteit

In de afgelopen jaren is duidelijk geworden dat het ouderdomspensioen niet zo vanzelfsprekend is als altijd werd gedacht. Door de vergrijzing, slechte beleggingsresultaten en een lage rente is de financiële positie van pensioenfondsen zodanig verslechterd, dat veel van hen moesten besluiten om te korten op de pensioenuitkeringen. Ook verandert de arbeidsmarkt; mensen wisselen vaker van baan of starten als zzp-er. Het is daarom de vraag of het huidige pensioenstelsel nog wel voldoet aan de behoeften van de huidige en toekomstige werkenden.

Onderzoek SCP
In 2014 is, in het kader van de Nationale Pensioendialoog, met deskundigen en belangstellenden gediscussieerd over allerlei aspecten van het pensioenstelsel. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) gevraagd onderzoek te doen naar het draagvlak voor solidariteit in de aanvullende pensioenen: willen mensen nog wel gezamenlijk een pensioen opbouwen? Welke maatschappelijke trends zijn daarbij relevant? En in hoeverre geven mensen de voorkeur aan collectieve of juist aan individuele pensioenregelingen? Het rapport, dat op  26 augustus jl. is gepubliceerd, geeft een uitbreid beeld en antwoord op deze vragen.

Conclusies

  1. Werkenden willen vooral zekerheid over hun toekomstige pensioen. Solidariteit is belangrijk, maar ondergeschikt aan de behoefte aan zekerheid.
  2. Naast zekerheid wenst men ook bepaalde keuzemogelijkheden. Vooral de mogelijkheid om te sparen voor een vervroegd pensioen vindt men aantrekkelijk: 65% van de respondenten zegt dat zij van die mogelijkheid gebruik zouden maken.
  3. De deelnemers aan het onderzoek hebben weinig problemen met het feit dat sommige bevolkingsgroepen meer profijt hebben van de solidariteit in het huidige pensioensysteem dan andere. Dit geldt vooral als het gaat om kwetsbare groepen, zoals arbeidsongeschikten.
  4. Voorstanders van een collectieve regeling zijn vooral te vinden in de leeftijdsgroepen vanaf 35 jaar en bij de midden- en lagere inkomens.
  5. Jongeren tot 35 jaar en mensen met een inkomen van ten minste 1,5 keer modaal zeggen vaker dat zij – indien mogelijk – zouden kiezen voor een (deels) individuele pensioenregeling.
  6. Ook werkenden die menen dat hun deelname aan een pensioenfonds financieel ongunstig zal uitpakken, zouden liever kiezen voor een (deels) individuele regeling.

Werkenden willen vooral zekerheid over hun toekomstige pensioen
Door de vergrijzing en de laatste, langdurige economische crisis is de financiële positie van veel pensioenfondsen sterk verslechterd. De zekerheid van het ouderdomspensioen bleek opeens niet meer zo vanzelfsprekend te zijn.

De werkenden die aan het onderzoek hebben deelgenomen, zijn zich goed bewust van deze ontwikkelingen en hechten veel belang aan de financiële draagkracht van pensioenfondsen. Indien zij zelf een fonds zouden kunnen kiezen, zouden ze vooral letten op aanwijzingen hoe dat fonds er op dat moment voor staat en hoe groot de kans is dat de situatie in de toekomst zou verslechteren. Zo zou 90% van de respondenten kijken naar de dekkingsgraad en meer dan 80% letten op de beleggingsrisico’s en de recente beleggingsresultaten. Bovendien zou ruim de helft van de respondenten ervoor kiezen uit hun pensioenfonds te stappen als dat er slecht voor stond. Verder blijkt dat, voor zover het de respondenten uitmaakt met wie zij in een pensioenfonds zitten, dit voornamelijk voortkomt vanuit de gedachte dat het fonds zoveel mogelijk mensen moet vertegenwoordigen. Ook dit wijst op de wens tot een draagkrachtig pensioenfonds dat goed voor hun ingelegde pensioenpremies zorgt.

Solidariteit ondergeschikt aan zekerheid
Wanneer we in het algemeen vragen hoeveel belang men hecht aan solidariteit in de pensioenen, geeft een meerderheid van de ondervraagde werknemers (63%) aan dat zij dit belangrijk of zeer belangrijk vinden. Gesteld voor de keuze tussen solidariteit en de mogelijkheid om zelf een pensioenfonds te kiezen, heeft echter bijna de helft een voorkeur voor dit laatste. Dat men dan ook kan besluiten om uit het fonds te stappen wanneer dat er slecht voor staat, lijkt daarbij doorslaggevend te zijn. Opnieuw is dit een indicatie dat de behoefte aan zekerheid over het toekomstige pensioen veel gewicht in de schaal legt, en kennelijk meer dan de aanwezigheid van solidariteit.

Gewenste keuzemogelijkheden
Een meerderheid van de ondervraagde werkenden (tot ca. 70%) vindt het belangrijk de vrijheid te hebben om bepaalde aspecten van hun pensioen zelf te bepalen. Het meest genoemd hierbij zijn de mate waarin sprake is van risicovolle beleggingen, en de mogelijkheid om te sparen voor een vervroegd pensioen. Tegelijkertijd vindt een meerderheid (eveneens tot 70%) het toch ook belangrijk dat diezelfde aspecten automatisch geregeld zijn. Men wil wel keuzevrijheid hebben, maar die niet per se gebruiken. Een belangrijke uitzondering hierop vormt de optie om te sparen voor vervroegd pensioen: bijna tweederde van de onderzoekdeelnemers zegt dat ze hier zelf gebruik van zouden maken. Keuzemogelijkheden die relatief risicovol zijn, zoals beleggen met meer risico of het voortijdig opnemen van het opgespaarde pensioengeld, zijn aanmerkelijk minder populair: slechts rond 15% zou hier naar eigen zeggen gebruik van maken.

Herverdeling tussen groepen geen probleem, zolang het maar rechtvaardig isBinnen een pensioenfonds dragen alle deelnemers hetzelfde percentage van hun loon af aan premie en bouwen daarmee jaarlijks eenzelfde percentage aan pensioen op. Als gevolg hiervan vindt er herverdeling ofwel subsidiërende solidariteit plaats: bepaalde groepen dragen bij aan het pensioen van andere. Veel respondenten staan hier neutraal of positief tegenover; zij vinden het bijvoorbeeld geen probleem dat mensen die zeer oud worden langduriger profiteren van een pensioen waar zij evenveel premie voor hebben betaald als degenen die kort na hun pensionering overlijden. Ook vindt ruim de helft het een goede zaak dat gezonde mensen meebetalen aan de pensioenopbouw van mensen die arbeidsongeschikt zijn. Dit verandert wanneer men de subsidiëring als onrechtvaardig ervaart, zoals in het geval dat minder kansrijke groepen (bv. met een lage opleiding, wat gerelateerd is aan een lagere levensverwachting) meebetalen aan het pensioen van mensen ‘die het toch al goed hebben’.

Voorkeur voor collectieve pensioenregelingen
Indien men zou kunnen kiezen tussen een collectieve dan wel een individuele pensioenregeling of een combinatie hiervan, geeft bijna 40% van de werkenden de voorkeur aan collectiviteit. Bijna 20% kiest voor de individuele regeling, terwijl iets meer dan 30% opteert voor een combinatie tussen de twee typen regelingen. Degenen in de leeftijd van 35-64 jaar spreken zich vaker uit voor collectiviteit, net zoals de respondenten met een inkomen tot 1,5 keer modaal en degenen die verwachten dat hun deelname aan het pensioenfonds financieel gunstig zal uitpakken. De behoefte aan individualiteit binnen de pensioenen treffen we vooral aan bij de jongste leeftijdsgroep en degenen met een hoog inkomen. Ook werkenden die denken dat de uitkomst van hun deelname aan een pensioenfonds in financieel opzicht ongunstig zal zijn of die vinden dat ze te weinig invloed hebben op hun pensioen, zijn vaak voorstander van individuele regelingen.

Heeft u vragen, opmerkingen of wilt u een afspraak maken, dan kunt u mij bereiken via:
T:  055-7851377 of 010-7982435
M: 06-16026504
E:  erik@hertgerspensioenadvies.nl

Apeldoorn, 9 september 2015

Erik Hertgers

Hertgers Pensioen Advies

 

Disclaimer
Dit artikel is geschreven naar de inzichten van 9 september 2015. Hertgers Pensioen Advies heeft bij het redigeren van dit artikel de nodige zorgvuldigheid betracht. Hertgers Pensioen Advies is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat als gevolg van onjuistheden in dit artikel.