Tijdelijke regeling Pensioenknip

Op 2 juli jl. publiceerde staatssecretaris Klijnsma (SZW) het besluit om de regeling Pensioenknip opnieuw tijdelijk open te stellen. Tot 2014 bestond er ook een tijdelijke regeling Pensioenknip, maar die is na een evaluatie in 2013 niet verlengd. Klijnsma lost hiermee de toezegging aan de Tweede Kamer in, om nog voor het zomerreces met een ministeriële regeling te komen.

Aanleiding
In de Tweede Kamer is dringend aandacht gevraagd voor de situatie van mensen die hun opgebouwde pensioenkapitaal moeten omzetten in een levenslange uitkering en daarbij nadeel ondervinden van de lage rentestand. Hun aan te kopen pensioen is vaak lager dan het te verwachten pensioen volgens het uniform pensioenoverzicht (UPO) dat niet is gebaseerd op de huidige lage rente. Zij kunnen nog geen gebruik maken van de aangekondigde maatregelen voor het optimaliseren van premieovereenkomsten (beschikbare premieregelingen), zie hieronder.
Ook degenen die een pensioenregeling hebben op basis van een kapitaalovereenkomst ondervinden nadeel van de lage rente bij de aankoop van hun pensioen.

De Pensioenknip
De Pensioenknip maakt het mogelijk om bij premie- en kapitaalovereenkomsten de uitkering op de ingangsdatum te splitsen (‘knippen’) in een tijdelijke uitkering en een daarop aansluitende levenslange uitkering.

Uit de bovengenoemde evaluatie bleek dat de pensioenknip het beoogde doel niet heeft bereikt, omdat:

  • er nauwelijks gebruik van is gemaakt (circa 100 pensioengerechtigden);
  • de deelnemers geen voordeel hebben gehad als gevolg van de dalende rente;
  • de regeling complex en adviesgevoelig was;
  • er extra kosten zijn die (in)direct voor rekening van de deelnemer kwamen;
  • er bij de aankoop van een tijdelijke uitkering een lagere rentevergoeding wordt gegeven dan bij een levenslange pensioenuitkering. Een relatief groot deel van het pensioenkapitaal gaat daardoor op aan de tijdelijke uitkering.

Inhoud van de regeling
De nieuwe regeling Pensioenknip is tot 1 januari 2017 opengesteld, zodat het in principe mogelijk is om bij de aankoop van de levenslange pensioenuitkering gebruik te maken van de beoogde maatregelen voor optimaliseren van premieovereenkomsten. Indien de periode toch te kort is, wordt de regeling te zijner tijd opnieuw aangepast.

De tijdelijke regeling Pensioenknip is opgesteld voor mensen van wie de pensioendatum ligt vóór 1 januari 2017 en hun pensioenkapitaal nog niet hebben aangewend voor een levenslange uitkering. De tijdelijke uitkering mag maximaal twee jaar duren.

De overige voorwaarden uit de tijdelijke regeling Pensioenknip, zoals variatie hoog/laag, informatiebepalingen en risicoprofiel en shop- en uitruilmogelijkheden, zijn niet gewijzigd. In de regeling is ook bepaald dat degenen die in de periode tussen 1 januari 2009 en 1 januari 2014 gebruik hebben gemaakt van de tijdelijke regeling Pensioenknip, de oorspronkelijke regeling blijft gelden.

Informatiebepalingen
Pensioenuitvoerders moeten de deelnemers informeren over de mogelijkheid om te kiezen voor de Pensioenknip. Volgens de nieuwe regels voor pensioencommunicatie moet de informatie tijdig, duidelijk, correct en evenwichtig zijn. Evenwichtig houdt in dat de pensioenuitvoerder ook informatie over de voor- en nadelen van de keuzemogelijkheden moet verstrekken.

Voor pensioenuitvoerders zijn er extra uitvoeringskosten. Deze kosten maken gesplitste aankoop financieel minder aantrekkelijk, voor zowel de pensioenuitvoerder als de deelnemer. Dit geld vooral bij een gering pensioenkapitaal. Daarom zijn pensioenuitvoerder alleen verplicht om mee te werken aan de Pensioenknip als het pensioenkapitaal ten minste € 10.000,- bedraagt.

Degenen die gebruik maken van de Pensioenknip krijgen van de pensioenuitvoerder jaarlijks informatie over de waarde van de beleggingen (het kapitaal) en over de hiermee aan te kopen levenslange pensioenuitkering. De betrokkene moet weloverwogen het moment kunnen kiezen waarop de levenslange pensioenuitkering wordt aangekocht.

Optimaliseren premieovereenkomsten
De staatssecretaris wil degenen die gebruik maken van de Pensioenknip de mogelijkheid geven gebruik te maken van de aangekondigde maatregelen voor optimalisering van premieovereenkomsten. Het optimaliseren van de premieovereenkomst heeft tot doel om met de ingelegde premies een beter verwacht pensioenresultaat te realiseren door risicovoller te beleggen in de uitkeringsfase.

Afgezien van de tijdelijke regeling Pensioenknip, is een deelnemer aan een premie- of kapitaalovereenkomst verplicht om op de pensioeningangsdatum het pensioenkapitaal in één keer aan te wenden voor een levenslang pensioen. Dit heeft twee belangrijke gevolgen, namelijk:

  1. In de lifecyclefondsen wordt ruim voor de pensioendatum toegewerkt naar dit ene aankoopmoment, door de beleggingen in zakelijke waarden te verminderen ten gunste van beleggingen in vastrentende waarden. Het renterisico op de pensioendatum wordt in de meeste lifecyclefondsen afgebouwd door te beleggen in langlopende vastrentende waarden;
  2. De vereiste garantie van een levenslange uitkering laat geen of slechts in beperkte mate het aangaan van beleggingsrisico na de pensioendatum toe.

Hierdoor wordt zowel in de opbouwfase als in de uitkeringsfase beleggingspotentieel gemist.

Vanuit de levenscyclus van een deelnemer bezien, is het op de pensioendatum opgebouwde pensioenkapitaal niet onmiddellijk volledig nodig voor het doen van pensioenuitkeringen. Een aanzienlijk deel van het kapitaal zou nog een flink aantal jaren risicodragend belegd kunnen blijven en zo bijdragen aan een naar verwachting hoger rendement na de pensioendatum.

De eenmalige conversie op de pensioendatum van het pensioenkapitaal in een gegarandeerd pensioen blijft dan achterwege. Dit heeft tot gevolg dat vóór de pensioendatum het beleggingsrisico niet volledig hoeft te worden afgebouwd, waardoor ook in de opbouwperiode naar verwachting een beter rendement kan worden gerealiseerd.

Beide effecten resulteren naar verwachting in hogere pensioenuitkeringen. Daarbij geldt wel dat het aanhouden van beleggingsrisico na de pensioendatum leidt tot uitkeringsonzekerheid. De pensioenuitkeringen worden (geheel of deels) afhankelijk van beleggingsopbrengsten en zullen als gevolg daarvan hoger of lager kunnen uitkomen dan een in euro’s gegarandeerd pensioen.

Tot slot
Het ziet ernaar uit dat er mogelijkheden ontstaan om door te beleggen na de pensioendatum. Door gebruik te maken van de Pensioenknip kan een deelnemer anticiperen op een eventuele mogelijkheid om door beleggen na de pensioendatum of een hogere rente over twee jaar. De rente kan natuurlijk ook nog verder dalen, waardoor de uitkering nog lager wordt. Ook de wijze waarop het pensioenkapitaal wordt belegd dat niet nodig is voor de tijdelijke uitkering, heeft grote invloed op het aan te kopen pensioen over twee jaar. De pensioenknip is dus absoluut geen garantie voor een hoger pensioen. Zelfs bij een gelijkblijvende rente kan het aan te kopen pensioen over twee jaar lager zijn vanwege de extra kosten en de tarieven van de pensioenuitvoerder.

Ook mensen met een lijfrentepolis of –rekening kunnen nadeel ondervinden van de lage rente. Anders dan deelnemers in pensioenregelingen, hebben zij nog alternatieve mogelijkheden, zoals het uitstellen van de aankoop van een uitkering tot vijf jaar na hun AOW-leeftijd. Ook kunnen zij het lijfrentekapitaal (gedeeltelijk) omzetten in een tijdelijke uitkering of een uitkering op basis van de waardeontwikkeling van beleggingseenheden (doorbeleggen).

Gezien de grote prijsverschillen tussen aanbieders van pensioen- en lijfrente-uitkeringen is het belangrijk om verder te kijken dan het voorstel van de huidige uitvoerder.

Heeft u vragen, opmerkingen of wilt u een afspraak maken, dan kunt u mij bereiken via:
T:  055-7851377 of 010-7982435
M: 06-16026504
E:  erik@hertgerspensioenadvies.nl

Apeldoorn, 14 juli 2015

Erik Hertgers
Hertgers Pensioen Advies

Disclaimer
Dit artikel is geschreven naar de inzichten van 2 juli 2015. Hertgers Pensioen Advies heeft bij het redigeren van dit artikel de nodige zorgvuldigheid betracht. Hertgers Pensioen Advies is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat als gevolg van onjuistheden in dit artikel.