Uniform Pensioenoverzicht (UPO) 2016

De koepelorganisaties Pensioenfederatie en Verbond van Verzekeraars hebben op de UPO-website de nieuwe UPO-modellen voor het jaar 2016 voor actieve deelnemers gepubliceerd. Alle andere modellen zijn ongewijzigd gebleven. De nieuwe modellen 4a en 4b worden komende maand gepubliceerd.

Wijzigingen 2016
Alle wijzigingen zijn toegelicht in de handleiding.
Hierna volgen de belangrijkste wijzigingen in de UPO-modellen 2016 voor actieve deelnemers:

  1. Het te bereiken pensioen hoeft niet meer verplicht getoond te worden op het UPO. Pensioenuitvoerders moeten in hun besluit om het te bereiken pensioen wel of niet te tonen op het UPO aansluiten op de behoeften van hun deelnemers (lid 2 artikel 48 Pensioenwet).
  2. In eerdere pensioenoverzichten (model 2(a) en model 3(a)) werden de pensioenindicaties berekend met de door DNB in oktober gepubliceerde 25-jaars SWAP-rente van september in het voorafgaande jaar en de geldende overige maatschappijtarieven. In het UPO 2016 worden de pensioenindicaties berekend op basis van de maatschappijtarieven inclusief de eigen maatschappijrentes zoals deze worden gehanteerd op de peildatum van hetUPO (31.12.eejj-1 of 01.01.eejj).
  3. De modellen voor actieve deelnemers zijn ook bruikbaar voor het nettopensioen. Aan de drie modellen zijn optionele teksten toegevoegd die gebruikt kunnen worden voor het nettopensioen. Uitvoerders die zowel een netto- als een brutopensioen uitvoeren moeten voor elke regeling afzonderlijk een apart UPO versturen.
  4. Een verwijzing naar de website van de pensioenuitvoerder moet verplicht worden opgenomen op het UPO.
  5. Bij de informatie over de toeslagverlening (model 1) moet een vergelijking met de prijzen worden gemaakt.
  6. De tekst over de voorwaardelijkheid van de toeslagverlening is vormvrij. Pensioenuitvoerders zijn vrij om de in de voorgaande jaren voorgeschreven tekst van de AFM te gebruiken. Bij de keuze welke tekst wordt gebruikt moet ook rekening worden gehouden met lid 2 artikel 48 van de Pensioenwet.
  7. Op het UPO moet worden opgenomen of het pensioen in de afgelopen drie jaar is verlaagd (en zo ja, met hoeveel procent).
  8. Op het UPO moet, indien het te bereiken pensioen niet is opgenomen, worden vermeld dat een opgave van het te bereiken pensioen kan worden opgevraagd bij de pensioenuitvoerder.
  9. Model 5 voor beroepspensioenfondsen is komen te vervallen en geïntegreerd in model 1.

Mijn conclusie
Vanaf 2016 mogen de pensioenuitvoerders hun eigen tarief gebruiken, zoals dat op de peildatum wordt gehanteerd. De pensioenindicatie over het opgebouwde kapitaal is dan niet meer gelijk aan de indicatie bij een andere uitvoerder en kan significant afwijken van het voorgaande jaar. Voor financieel planners, hypotheek- en pensioenadviseurs is het zaak deze indicaties op de juiste waarde in te schatten.

Heeft u vragen, opmerkingen of wilt u een afspraak maken, dan kunt u mij bereiken via:
T:  055-7851377 of 010-7982435
M: 06-16026504
E:  erik@hertgerspensioenadvies.nl

Apeldoorn, 2 december 2015

Erik Hertgers

Hertgers Pensioen Advies

Disclaimer
Dit artikel is geschreven naar de inzichten van 2 december 2015. Hertgers Pensioen Advies heeft bij het redigeren van dit artikel de nodige zorgvuldigheid betracht. Hertgers Pensioen Advies is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat als gevolg van onjuistheden in dit artikel.