Wet Pensioencommunicatie en pensioenplanning

De Eerste en Tweede Kamer zijn unaniem akkoord met de Wet pensioencommunicatie die vanaf 1 juli 2015 van kracht is. Deelnemers krijgen straks informatie die beter aansluit op hun wensen. Met digitale informatie kunnen fondsen kosten beperken. Dat is iets wat de Tweede Kamer belangrijk vindt. Ook vraagt de Tweede Kamer staatssecretaris Klijnsma om werknemers meer inzicht te geven in de totale voor hen betaalde pensioenpremie. De wet biedt in ieder geval volop mogelijkheden om pensioencommunicatie te verbeteren.

Doelstelling
Het doel van de Wet pensioencommunicatie is betere pensioencommunicatie. Fondsen kunnen de onzekerheden over pensioen beter uitleggen. En deelnemers krijgen een persoonlijk totaaloverzicht van hun pensioen. De Tweede Kamer nam twee amendementen aan om uitvoeringskosten te beperken.

Digitaal versus schriftelijk
Door de nieuwe wet krijgen pensioenfondsen meer ruimte om informatie standaard digitaal te verstrekken. Deelnemers kunnen daar bezwaar tegen maken. Schriftelijk tenzij wordt in de nieuwe wet digitaal tenzij. Dat is een grote verbetering. Veel pensioenfondsen kunnen met digitale communicatie hun uitvoeringskosten verlagen en ook persoonlijker communiceren. De Tweede Kamer regelt dat pensioenfondsen ten hoogste eenmaal per jaar kunnen wisselen tussen schriftelijke en digitale verstrekking van informatie. De vrees bestond dat deelnemers hun voorkeur regelmatig wijzigen. Dat kan tot hogere uitvoeringskosten leiden. Door deze wijziging kunnen deelnemers nu maximaal één keer per jaar hun voorkeur wijzigen. Overigens is niet te verwachten dat pensioenfondsen hun keuze (regelmatig) herzien.

Pensioen 1-2-3
Pensioen 1-2-3 biedt de deelnemer gelaagde informatie over zijn pensioenregeling. De deelnemer bepaalt zelf hoe gedetailleerd hij de informatie tot zich neemt: op hoofdlijnen (laag 1), met toelichting op de hoofdlijnen (laag 2) of gedetailleerd (laag 3). De gelaagde opzet van Pensioen 1-2-3 komt het best tot zijn recht in digitale vorm.

De toepassing van Pensioen 1-2-3 is met ingang van 1 juli 2016 verplicht voor deelnemers. Voor 1 juli 2016 mogen pensioenuitvoerders de Pensioen 1-2-3 gebruiken. Laag 1 vervangt de startbrief. Voor meer informatie verwijs ik u naar:

Pensioenvergelijking
Een sollicitant moet de pensioenregeling van de nieuwe werkgever kunnen vergelijken met die van de huidige of een andere werkgever. Daarom komt de basisinformatie van de pensioenregeling op het openbare deel van de website van pensioenuitvoerders. Het gaat om laag 1 uit het Pensioen 1-2-3.

De Tweede Kamer regelt nu dat het niet verplicht is deze informatie op het openbare deel van de website te plaatsen. Dat leidt namelijk voor verzekeraars tot hoge uitvoeringskosten. Zij voeren immers honderden of duizenden regelingen uit. Dit betekent echter wel dat een sollicitant geen vergelijking meer kan maken tussen de oude en de nieuwe pensioenregeling.

Oplossing is dan dat de nieuwe werkgever vóór indiensttreding laag 1 van Pensioen 1-2-3 aan de sollicitant geeft. Maar dat is niet verplicht.

Pensioenplanning
Een andere belangrijke verbetering is de uitbreiding van de taken van het pensioenregister. Dat biedt deelnemers een persoonlijk totaaloverzicht van hun pensioen. Maar er zijn grenzen aan de taken van het pensioenregister. Het kabinet wilde in het pensioenregister een instrument opnemen waarmee de deelnemer de ‘toereikendheid’ van het pensioen in relatie tot de uitgaven kan vaststellen. Dit vond de Tweede Kamer te ver gaan. Daarom schrapt Klijnsma in de (concept) lagere regelgeving deze toets op ‘toereikendheid’ van het pensioen.

Extra moties
De Tweede Kamer nam nog vijf moties aan. Wat vraagt de Kamer van de regering?

  1. Doe onderzoek naar
    1. harmonisatie van verschillende informatiekanalen,
    2. de derde pijler (lijfrente) mogelijkheden in het pensioenregister
    3. de toegankelijkheid van het pensioenregister voor gepensioneerden.
  2. Gebruik een uniforme rekenmethode om uitvoeringskosten van pensioenfondsen en pensioenverzekeraars te kunnen vergelijken.
  3. Geef in het pensioenregister ook inzicht in de te verwachten AOW-leeftijd.
  4. Verken communicatiekanalen om deelnemers meer inzicht te geven in het absolute bedrag aan pensioenpremie dat de werkgever voor hen betaalt.
  5. Geef zo spoedig mogelijk brede voorlichting over de nieuwe wijze van communiceren over het pensioen. Ook werkgevers dienen voorlichting te krijgen over hun rol in de pensioencommunicatie.

Tot slot
Naar verwachting wordt Pensioen 1-2-3 met ingang van 1 januari 2016 verplicht. Het vernieuwen van het UPO bevat zoveel formats dat gedacht wordt aan een gefaseerde ingangstermijn.

Voor de uitvoeringspraktijk is de lagere regelgeving van groot belang. Die wordt medio dit jaar definitief. Dan wordt ook meer duidelijk over de uniforme rekenmethodiek voor de scenario’s die deelnemers inzicht geven in koopkracht en risico’s. In de praktijk verwachten wij nieuwe standaarden voor pensioencommunicatie en slimme pensioenplanners en PensioenTekortenProgramma’s die meer duidelijkheid geven aan de werknemers.

Heeft u vragen, opmerkingen of wilt u een afspraak maken, dan kunt u mij bereiken via:

T:  055-7851377 of 010-7982435

M: 06-16026504

E:  erik@hertgerspensioenadvies.nl

 

Apeldoorn, 29 mei 2015

Erik Hertgers
Hertgers Pensioen Advies

Disclaimer
Dit artikel is geschreven naar de inzichten van 29 mei 2015. Hertgers Pensioen Advies heeft bij het redigeren van dit artikel de nodige zorgvuldigheid betracht. Hertgers Pensioen Advies is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat als gevolg van onjuistheden in dit artikel.