Principeakkoord nieuw pensioenstelsel

Het kabinet heeft woensdag 5 juni samen met werkgevers- en werknemersorganisaties en de SER een principeakkoord gepresenteerd over een nieuw pensioenstelsel. Er zijn afspraken gemaakt over een vernieuwing van het pensioenstelsel, een minder snelle stijging van de AOW-leeftijd, een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen en een pakket maatregelen dat het voor zo veel mogelijk mensen haalbaar maakt om gezond en werkend het pensioen te bereiken.

De belangrijkste punten in het principeakkoord zijn:

  • Het pensioen wordt persoonlijker en transparanter doordat de opbouw meer gaat aansluiten bij de premie die mensen inleggen.
  • De doorsneepremie-systematiek wordt vervangen door een degressieve pensioenopbouw, jongeren bouwen bij dezelfde premie meer pensioen op dan ouderen.
  • Pensioenfondsen kunnen de pensioenen sneller aanpassen aan de economische situatie – sneller verhogen in goede, en sneller verlagen in slechte tijden.
  • De huidige regels om te korten worden tijdelijk aangepast om de kans op kortingen op de korte termijn te verkleinen.
  • Op de pensioeningangsdatum kan de deelnemer maximaal 10% van de waarde van het opgebouwde ouderdomspensioen ineens opnemen.
  • Het kabinet investeert 800 miljoen euro om mensen te helpen gezond en werkend hun pensioenleeftijd te behalen.
  • De AOW-leeftijd wordt vanaf 2020 voor twee jaar bevroren en gaat daarna minder snel stijgen.
  • Er komt ruimte voor werkgevers en werknemers om mensen met zwaar werk drie jaar eerder te laten stoppen met werken.
  • Er komt een uniforme leeftijdsonafhankelijke maximum premiegrens voor het arbeidsvoorwaardelijk pensioen en de vrijwillige oudedagsvoorziening in de derde pijler.
  • Zzp’ers moeten zich verplicht tegen arbeidsongeschiktheid gaan verzekeren, zodat alle werkenden verzekerd zijn.

Het kabinet, sociale partners en pensioenuitvoerders gaan de afspraken gezamenlijk uitwerken. Maar, de achterbannen van de sociale partners moeten eerst nog akkoord gaan met de gemaakte afspraken. Op 14 juni kunnen de FNV-leden over het principeakkoord stemmen.

Het kabinet wil de afspraken over de AOW-leeftijd voor de komende jaren op 1 januari 2020 laten ingaan. Het nieuwe pensioenstelsel moet twee jaar later ingaan.

Voor meer details verwijs ik u naar de brief van minister Koolmees aan de Tweede Kamer.

Heeft u vragen, opmerkingen of wilt u een afspraak maken, dan kunt u mij bereiken via:
T:  055-7851377
M: 06-16026504
E:  erik@hertgerspensioenadvies.nl

Apeldoorn, 6 juni 2019

Disclaimer
Dit artikel is geschreven naar de inzichten van 6 juni 2019. Hertgers Pensioen Advies heeft bij het redigeren van dit artikel de nodige zorgvuldigheid betracht. Hertgers Pensioen Advies is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat als gevolg van onjuistheden in dit artikel.

Veel Nederlanders verwachten ‘zorgwekkend veel’ van hun pensioen



Uit een onderzoek van Netspar blijkt ‘zorgwekkend veel’ mensen niet genoeg pensioen zullen ontvangen om hun verwachte minimale kosten te dekken, meent Marike Knoef, hoogleraar economie aan de Universiteit Leiden en onderzoeker bij Netspar, in een bericht op Nu.nl.

Pensioencommunicatie is van belang omdat mensen steeds meer eigen verantwoordelijkheid en keuzes krijgen ten aanzien van pensioen. Met onze unieke interactieve totaaloplossing voor de communicatie over pensioen en de overige verzekerde arbeidsvoorwaarden kan de werkgever zijn medewerkers inzicht geven in hun pensioen en hun eventuele pensioenzorgen verlagen.

Heeft u vragen, opmerkingen of wilt u een afspraak maken, dan kunt u mij bereiken via:

T:  055-7851377
M: 06-16026504
E:  erik@hertgerspensioenadvies.nl

Apeldoorn, 16 mei 2019

Erik Hertgers
Hertgers Pensioen Advies

Disclaimer
Dit artikel is geschreven naar de inzichten van 16 mei 2019. Hertgers Pensioen Advies heeft bij het redigeren van dit artikel de nodige zorgvuldigheid betracht. Hertgers Pensioen Advies is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat als gevolg van onjuistheden in dit artikel.



Nieuw pensioenstelsel

Brief minister Koolmees (SZW)

Met zijn brief van 1 februari jl. presenteert minister Koolmees de stappen die het kabinet de komende periode zal zetten om het pensioenstelsel te vernieuwen.

De discussie over een vernieuwing van het pensioenstelsel loopt al sinds 2008. Volgens de minister leidt het huidige pensioenstelsel tot een discussie tussen generaties over de verdeling van de pensioenvermogens. Daarnaast is het huidige stelsel onvoldoende toegerust op de veranderende arbeidsmarkt en de toegenomen verschillen in persoonlijke omstandigheden van deelnemers.

Wens sociale partners

Een belangrijke wens van sociale partners is een pensioenregeling met meer perspectief op toeslagen (indexatie). Zij geven ook de voorkeur aan een pensioencontract met minder zekerheid, omdat velen de prijs die hiervoor betaald wordt te hoog vinden. Pensioenfondsen kunnen dan bij financiële meevallers eerder indexeren. Daar staat tegenover dat de pensioenen bij financiële tegenvallers eerder gekort worden.

De laatste jaren zijn er al belangrijke hervormingen doorgevoerd om de financiële toekomstbestendigheid van de pensioen te borgen. Desondanks staat de financiële positie van veel fondsen nog steeds onder druk!

Robuuster en persoonlijker pensioenstelsel

De minister heeft in zijn brief een actieplan met 10 actiepunten opgesteld. Om niet nog meer tijd te verliezen gaat het kabinet alvast aan de slag met deze actiepunten.

Het doel is het pensioenstelsel persoonlijker en robuuster te maken. De sterke elementen in het huidige pensioenstelsel zullen overeind blijven. Denk hierbij aan de (hoge mate van) verplichte pensioenopbouw, collectieve uitvoering, collectieve risicodeling, fiscale ondersteuning en voldoende ruimte voor nabestaanden- en arbeidsongeschiktheidspensioen. Het kabinet heeft bij de hervorming ook aandacht voor transparantie en beheersing van de uitvoeringskosten.

Het kabinet zoekt hierbij nadrukkelijk het gesprek met sociale partners, pensioenuitvoerders, toezichthouders, de wetenschap en jongeren- en ouderenorganisaties. Dit moet uiteindelijk leiden tot breed gedragen aanpassingen van het pensioenstelsel.

Meer weten?

Heeft u vragen, opmerkingen of wilt u een afspraak maken, dan kunt u mij bereiken via:
– 06-16026504
– erik@hertgerspensioenadvies.nl

Apeldoorn, 04-02-2019

Erik Hertgers

Disclaimer

Dit artikel is geschreven naar de inzichten van 04-02-2019. Hertgers Pensioen Advies heeft bij het redigeren van dit bericht de nodige zorgvuldigheid betracht. Hertgers Pensioen Advies is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat als gevolg van onjuistheden in dit artikel.

Pensioen verdelen na scheiding

Scheidende partners kunnen eenvoudiger hun pensioen verdelen. Het Platform Wijzer in Geldzaken en de Ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Veiligheid & Justitie hebben het formulier voor pensioenverevening vereenvoudigd.

Bij ruim een derde van de scheidingen is er geen afspraak over het pensioen. Dit terwijl verevenen bij beëindiging van het geregistreerd partnerschap of echtscheiding een wettelijk recht is. De ex-partners moeten afspraken over de verdeling van hun ouderdomspensioen binnen 2 jaar na scheiding doorgeven aan de pensioenuitvoerder(s). Wie na 2 jaar aanspraak wil maken op het opgebouwde pensioen van de ex-partner, moet de ex-partner bij pensionering vragen het pensioen uit te betalen. Dat betekent dat ex-partners weer van elkaar afhankelijk worden wat vaak tot ongewenste situaties leidt.

Mededelingsformulier i.v.m.de verdeling van ouderdomspensioen bij scheiding

Bron: FTP Communicatie

Heeft u vragen, opmerkingen of wilt u een afspraak maken, dan kunt u mij bereiken via:

T: 055-7851377
M: 06-16026504
E: erik@hertgerspensioenadvies.nl

Apeldoorn, 09-01-2018

Erik Hertgers

Hertgers Pensioen Advies

 

Disclaimer

Dit artikel is geschreven naar de inzichten van 09-01-2018. Hertgers Pensioen Advies heeft bij het redigeren van dit artikel de nodige zorgvuldigheid betracht. Hertgers Pensioen Advies is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat als gevolg van onjuistheden in dit artikel.

Samenvoegen kleine pensioenen

Staatssecretaris Klijnsma van SZW heeft 30 augustus 2017 een wetsvoorstel tot wijziging van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet in verband met waardeoverdracht van klein pensioen (Wet waardeoverdracht klein pensioen) ingediend bij de Tweede Kamer. 

De pensioenuitvoerder heeft in het wetsvoorstel het recht om kleine pensioenen over te dragen aan de nieuwe pensioenuitvoerder. Een klein pensioen is een pensioen waarvan de uitkering vanaf de pensioendatum op jaarbasis minder bedraagt dan € 467,89 (bedrag 2017). De actuariële waarde van de te verwerven aanspraak bij de nieuwe pensioenuitvoerder dient ten minste gelijk te zijn aan op de op dezelfde grondslagen berekende waarden van de overgedragen aanspraak. De deelnemer moet door de nieuwe pensioenuitvoerder op de hoogte worden gesteld.

In het wetsvoorstel is tevens opgenomen dat de pensioenuitvoerder aanspraken op ouderdomspensioen van minder dan € 2,- per jaar mag laten vervallen. Op ingangsdatum van het ouderdomspensioen mag met toestemming van de deelnemer (en de eventuele vereveningsgerechtigde ex-partner) een ouderdomspensioen van minder dan € 467,89 (2017) worden afgekocht.

Bron: www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/pensioen/documenten/kamerstukken/2017/08/30/wetsvoorstel-waardeoverdracht-klein-pensioen

Heeft u vragen, opmerkingen of wilt u een afspraak maken, dan kunt u mij bereiken via:

T: 055-7851377
M: 06-16026504
E: erik@hertgerspensioenadvies.nl

Apeldoorn, 5 september 2017

Erik Hertgers
Hertgers Pensioen Advies

 

Disclaimer
Dit artikel is geschreven naar de inzichten van 5 september 2017. Hertgers Pensioen Advies heeft bij het redigeren van dit artikel de nodige zorgvuldigheid betracht. Hertgers Pensioen Advies is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat als gevolg van onjuistheden in dit artikel.

 

Veranderingen per 1-1-2018 in de wet- en regelgeving rondom pensioen

Per 1 januari 2018 verandert er een aantal zaken in de wet- en regelgeving rondom pensioen. De belangrijkste verandering is de verhoging van de wettelijke pensioenrichtleeftijd per 1 januari 2018 van 67 naar 68 jaar.
In de nieuwsbrief leest u wat dit betekent voor pensioenregelingen.

Uitfaseren pensioen in eigen beheer gaat in op 1 april 2017

Het wetsvoorstel en de novelle Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen zijn op 7 maart 2017 aangenomen door de Eerste Kamer. Dit betekent dat de mogelijkheid van opbouw van een pensioen in eigen beheer (hierna: PEB) wordt afgeschaft per 1 juli 2017. Dit wordt gecombineerd met een tijdelijke maatregel die voorziet in de mogelijkheid van een fiscaal gefaciliteerde afkoop van het al opgebouwde PEB. Voor de directeur-grootaandeelhouder (hierna: dga) die hier geen gebruik van kan of wil maken, voorziet het wetsvoorstel in andere oplossingen.

Mogelijkheden voor het opgebouwde PEB

Met deze wet komt een einde aan een discussie over het PEB. De dga moet de opbouw van zijn PEB vóór 1 juli 2017 stopzetten om te voorkomen dat de pensioenregeling in fiscale zin niet meer kwalificeert als pensioen. Als dit niet gebeurt, is het gehele opgebouwde commerciële pensioenvermogen ineens belast met maximaal 72% belasting (inkomstenbelasting en revisierente).

Vervolgens heeft de dga de volgende keuzes voor het opgebouwde PEB:

  1. Geen verdere actie ondernemen (is premievrij voortzetten)
  2. Afstempelen en afkopen
  3. Afstempelen en omzetten naar een oudedagsverplichting (hierna: ODV)

Dga’s kunnen de pensioenverplichting afstempelen (verlagen) naar de fiscale waarde en vervolgens kiezen voor afkoop of een spaarvariant in de vorm van een ODV. Door het pensioen af te stempelen vervalt vaak de dividendklem.

De afkoop wordt belast in de Loonbelasting maar om het uitfaseren te stimuleren wordt er een belastingkorting verleend. Hiervoor geldt een staffel met een aflopende korting op de belastinggrondslag. In 2017 geldt er een korting van 34,5% op de grondslag. Voor de jaren 2018 en 2019 geldt een korting van respectievelijk 25% en 19,5% op de grondslag. Ter voorkoming van anticipatie-effecten zullen de balanswaarden van ultimo 2015 het uitgangspunt zijn voor de toepassing van de korting.

Ook voor al ingegane pensioenen kan de dga kiezen voor afstempeling tot de fiscale balanswaarde en aansluitend afkoop of omzetting in een ODV. De belastinggrondslag is dan de afkoopwaarde als die lager is dan de balanswaarde ultimo 2015. Deze mogelijkheid kan de dga gebruiken wanneer hij voorziet dat het vermogen van de BV onvoldoende is voor het levenslang uitkeren van het pensioen. Maar ook bij een slechte gezondheid is dit een manier om de uitkeringen naar voren te halen.

Uit te voeren handelingen

Voor de dga brengt de Wet een aantal handelingen met zich mee die hierna kort zijn beschreven:

  • Voor 1 juli 2017 een besluit nemen over een eventuele overdracht van een extern verzekerd gedeelte naar de eigen BV.
  • Voor 1 juli 2017 een besluit nemen in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders om de pensioenregeling aan te passen.
  • Uiterlijk 1 juli 2017 de pensioenregeling premievrij maken en dit vastleggen in een besluit van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
  • Een vaststellingsovereenkomst opstellen samen met de (gewezen) partner waarin de maatregelen zijn opgenomen ter compensatie van eventueel verlies aan toekomstige (voorwaardelijke) pensioenrechten.
  • Eventueel aanpassen van de huwelijkse voorwaarden.
  • Alternatieve maatregelen treffen voor de compensatie van verlies aan pensioenrechten voor de (ex)partner, bijvoorbeeld door het sluiten van een overlijdensrisicoverzekering.
  • De belastingdienst door middel van een voorgeschreven formulier informeren wanneer gekozen is voor afstempelen van het pensioen.

Er geldt een informatieplicht naar de Belastingdienst wanneer gekozen wordt voor het afstempelen van het pensioen. Voor het aanleveren van deze informatie aan de Belastingdienst heeft de dga één maand de tijd vanaf het moment van afstempelen. Indien niet of niet op tijd aan deze informatieplicht is voldaan, zijn de regels die normaliter gelden bij het prijsgeven van een pensioenaanspraak in eigen beheer van toepassing. Dit betekent dat in dat geval de waarde in het economische verkeer van de gehele pensioenaanspraak in een keer als loon uit vroegere dienstbetrekking wordt belast en dat revisierente is verschuldigd (in totaal maximaal 72%).

Hoe kan ik u verder helpen?

Eventueel samen met uw accountant kan ik u adviseren over:

  • De keuze voor één van de drie opties. Dit is maatwerk en sterk afhankelijk van uw specifieke omstandigheden. Het is verstandig om dit te koppelen aan een integraal financieel plan.
  • Afkoop of omzetting van het pensioen in eigen beheer in een ODV heeft ook consequenties voor uw eventuele (gewezen) partner. Die moet expliciet toestemming geven voor de afkoop of omzetting en moet daarom ook goed worden voorgelicht.
  • Een eventuele nieuwe regeling of andere oplossingen om het verlies aan ouderdoms- en partnerpensioen op te vangen.
  • De eventuele dividendruimte die ontstaat. Is het interessant dividend uit te keren of kunt u de liquiditeiten beter in de BV laten? De vraag of u beter in privé of in uw BV kunt beleggen blijft dus actueel.
  • Hoe de BV ervoor zorgt dat er straks voldoende middelen in de BV aanwezig zijn voor de uitkeringsfase. Wilt u te zijner tijd afstorten aan een verzekeraar of verzorgt de BV zelf een uitkering?

De tijd om u en uw eventuele (gewezen) partner te adviseren en een afgewogen keuze te maken, is erg kort. Daarom heeft de Staatssecretaris van Financiën een zogenaamde coulancetermijn van drie maanden goedgekeurd. Die termijn loopt tot 1 juli 2017.

Vóór 1 juli 2017 moet de pensioenregeling zijn aangepast in die zin dat geen verdere toekomstige pensioenopbouw in eigen beheer meer plaatsvindt. Tevens dienen er diverse formaliteiten te zijn vervuld om te voorkomen dat de pensioenregeling in fiscale zin niet meer kwalificeert als pensioen, waardoor het gehele opgebouwde commerciële pensioenvermogen ineens belast wordt met maximaal 72% belasting (IB heffing en revisierente).

Heeft u vragen, opmerkingen of wilt u een afspraak maken, dan kunt u mij bereiken via:

T: 055-7851377 of 010-7982435
M: 06-16026504
E: erik@hertgerspensioenadvies.nl

Apeldoorn, maart 2017

Erik Hertgers

Hertgers Pensioen Advies

 

Disclaimer

Dit artikel is geschreven naar de inzichten van  maart 2017. Hertgers Pensioen Advies heeft bij het redigeren van dit artikel de nodige zorgvuldigheid betracht. Hertgers Pensioen Advies is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat als gevolg van onjuistheden in dit artikel.

Wet Verbeterde premieregeling

Per 1 september 2016 is de Wet verbeterde premieregeling (Stb. 2016, 248) in werking getreden. Het kapitaal dat in een premie- of kapitaalovereenkomst wordt opgebouwd, hoeft op de pensioendatum niet meer in een vaste uitkering omgezet te worden, maar kan ook in de uitkeringsfase (deels) risicodragend worden belegd. Hiervoor is een nieuw pensioentype geïntroduceerd: een variabel pensioen. Doorbeleggen leidt naar verwachting tot een hoger pensioenresultaat dan de bestaande, vaste uitkering, maar geeft tegelijkertijd meer onzekerheid over de hoogte van de uitkering.

Wat zijn de knelpunten bij een vaste pensioenuitkering?
Afbouw beleggingsrisico

Bij het omzetten van het pensioenkapitaal in een vaste levenslange pensioenuitkering is de rekenrente op het moment van inkoop cruciaal. Als de rente (vlak) voor de pensioeningang daalt, dan heeft dat een verlagend effect op de in te kopen pensioenuitkering. Om dit zogenaamde ‘renterisico’ te beperken, wordt veelal het beleggingsrisico ruim vóór de pensioeningang stapsgewijs afgebouwd. Door het nemen van minder beleggingsrisico neemt echter ook het verwachte rendement af. Dit heeft een verlagend effect op de verwachte hoogte van de pensioenuitkering.

Lage rente
De rente is momenteel, historisch gezien, laag en de levensverwachting is de afgelopen decennia fors toegenomen. Het inkopen van een vaste pensioenuitkering is daarom een dure aangelegenheid geworden

Beperkte toeslagverlening (indexatie)
Bij verzekeraars vindt na pensioeningang geen toeslagverlening plaats. Bij pensioenfondsen wordt na pensioeningang collectief doorbelegd, maar de kans op toeslagverlening is momenteel beperkt. De dekkingsgraden zijn op dit moment laag, waardoor met eventueel overrendement allereerst de verdampte buffers weer moeten worden aangevuld. Daarnaast zijn de regels voor toeslagverlening sinds 1 januari 2015 aangescherpt, waardoor het ook bij voldoende buffers niet mogelijk is om het overrendement direct en volledig uit te delen aan de pensioengerechtigden.

Tussentijdse conclusie: Beschikbare premieregelingen (en kapitaalregelingen) leiden momenteel tot een relatief lage pensioenuitkering, met geen of een beperkte kans op indexaties.

Wat zijn de gevolgen van een variabele pensioenuitkering? 
Geen garanties
Bij een variabele pensioenuitkering wordt het mogelijk om voor risico van de pensioengerechtigde door te beleggen. De pensioenrechten zijn niet langer ‘gegarandeerd’, waardoor het voor de pensioenuitvoerder niet langer noodzakelijk is om forse buffers aan te houden. Dit heeft een verhogend effect op de in te kopen pensioenuitkering, maar zorgt ook voor een onzekerder pensioen.

Minder snelle risico-afbouw
Doordat de pensioenuitkering minder afhankelijk is van de rentestand op één moment, is het niet langer noodzakelijk om het beleggingsrisico voor pensioeningang fors af te bouwen. Hierdoor wordt het mogelijk om in de periode (vlak) voor de pensioendatum risicovoller te beleggen dan dat nu het geval is. Door het risicovoller beleggen wordt het verwachte beleggingsrendement hoger, wat in een naar verwachting hogere pensioenuitkering resulteert.

Meer risico pensioendatum
Doordat ná pensioeningang voor risico van de pensioengerechtigde kan worden doorbelegd, ontstaat naar verwachting overrendement dat kan worden gebruikt voor het verhogen van de pensioenuitkering. Dit leidt tot een naar verwachting (op termijn) hogere pensioenuitkering dan wanneer een vaste levenslange pensioenuitkering wordt ingekocht.

Méér beleggingsrisico betekent ook: een grotere kans op verlagingen, een minder stabiele pensioenuitkering en dus meer onzekerheid voor de pensioengerechtigde.

Tussentijdse conclusie: Een variabele pensioenuitkering leidt naar verwachting tot een hogere, maar meer onzekere pensioenuitkering.

Tot slot
Voor welke uitvoerders van premie- en kapitaalovereenkomsten heeft deze wet consequenties?
De nieuwe Wet verbeterde premieregeling geldt voor alle aanbieders van een variabel pensioen. Ook voor uitvoerders die (nog) géén variabel pensioen aanbieden, maar wel premie- en of kapitaalovereenkomsten uitvoeren, heeft deze wet consequenties. De wet schrijft namelijk voor dat zij:

  • deelnemers in elk geval voorafgaand aan de pensioendatum de keuze geven tussen een vaste of een variabele uitkering (artikel 63b lid 1 Pensioenwet (hierna: PW));
  • deelnemers informeren over het shoprecht, indien de pensioenuitvoerder zelf alleen vaste of alleen variabele uitkeringen uitvoert (artikel 63b lid 3 PW); en
  • de beleggingsmix aanpassen aan de voorkeur van de deelnemer voor een vaste dan wel een variabele uitkering.

Heeft u vragen, opmerkingen of wilt u een afspraak maken, dan kunt u mij bereiken via:
T: 055-7851377 of 010-7982435
M: 06-16026504
E: erik@hertgerspensioenadvies.nl

Erik Hertgers

Disclaimer
Dit artikel is geschreven naar de inzichten van augustus 2016. Hertgers Pensioen Advies heeft bij het redigeren van dit artikel de nodige zorgvuldigheid betracht. Hertgers Pensioen Advies is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat als gevolg van onjuistheden in dit artikel.

 

 

 

Kabinet presenteert koers naar beter pensioenstelsel

Het kabinet wil naar een pensioenstelsel waarmee alle werkenden een toereikend pensioen opbouwen. De ministerraad heeft op voorstel van staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingestemd met toezending aan de Tweede Kamer van de Perspectiefnota ‘Toekomst Pensioenstelsel’. Daarin presenteert het kabinet verschillende mogelijkheden om het stelsel van aanvullende pensioenen beter aan te laten sluiten bij de arbeidsmarkt van de 21ste eeuw, waarin mensen later met pensioen gaan, vaker van baan veranderen en vaker als zzp’er werken. Lees meer

Eerste Kamer stemt in met Wet Verbeterde Premieregeling

De Eerste Kamer heeft dinsdag 14 juni ingestemd met de wet Verbeterde premieregeling. De wet regelt dat deelnemers met een premieovereenkomst in de uitkeringsfase desgewenst kunnen doorbeleggen en een variabele pensioenuitkering kunnen aankopen.

Variabele uitkering via alle uitvoerders
De senaat nam bij de behandeling van het wetsvoorstel een motie aan. Dit was een gewijzigde motie van de senatoren Van Rooijen en Oomen. Deze beoogt te regelen dat alle partijen in staat worden gesteld om de variabel uitkering aan te bieden, ook in het geval van vrijwillige regelingen. De Eerste Kamer ziet graag dat de eis van een tien procent werkgeversbijdrage niet knellend werkt bij het kunnen aanbieden van een variabele uitkering. De staatssecretaris is verzocht om te onderzoeken hoe knelpunten weggenomen kunnen worden, met de intentie om een wetswijziging nog mee te nemen in een veegwet.

Shoprecht
Een tweede motie – ingediend door senator Rinnooy Kan – werd aangehouden. Deze motie wil een eenmalig breed shoprecht toekennen in de uitkeringsfase. Dit houdt in dat een deelnemer op pensioendatum eenmalig kan shoppen naar de uitkeringsvorm (vast of variabel) bij een pensioenuitvoerder naar keuze. De staatssecretaris heeft een onderzoek toegezegd om de mogelijkheden te verkennen. De motie zal niet in stemming worden gebracht, zolang de onderzoeksresultaten onbekend zijn.

De aangepaste lagere regelgeving bij de wet Verbeterde premieregeling wordt momenteel uitgewerkt. In de nieuwe wetgeving zijn op diverse punten overgangstermijnen opgenomen.

De beoogde datum van inwerkingtreding van de wet Verbeterde premieregeling is inmiddels verschoven van 1 juli 2016 naar 1 september 2016.

Heeft u vragen, opmerkingen of wilt u een afspraak maken, dan kunt u mij bereiken via:

T:  055-7851377 of 010-7982435
M: 06-16026504
E:  erik@hertgerspensioenadvies.nl

Apeldoorn, 30 juni  2016

Erik Hertgers
Hertgers Pensioen Advies

Disclaimer
Dit artikel is geschreven naar de inzichten van 30 juni 2016. Hertgers Pensioen Advies heeft bij het redigeren van dit artikel de nodige zorgvuldigheid betracht. Hertgers Pensioen Advies is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat als gevolg van onjuistheden in dit artikel.

Medezeggenschap OR niet (altijd) duidelijk

Staatssecretaris Klijnsma verbetert de medezeggenschap van de ondernemingsraad (OR) als de pensioenregeling wijzigt. Het instemmingsrecht van de OR gaat over de inhoud van de pensioenregeling en niet over de uitvoering ervan. De reikwijdte van het instemmingsrecht roept nog vragen op. Wijzigingen in premie en indexaties vallen er namelijk soms wel en soms niet onder. Het blijft hoe dan ook wenselijk het besluitvormingstraject ruim op tijd te starten. Het instemmingsrecht geldt overigens niet als over de pensioenregeling inhoudelijke afspraken zijn gemaakt in een cao. En ook niet bij wijziging van een verplichtgestelde bedrijfstakpensioenregeling.

Staatssecretaris Klijnsma stuurde in december het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer. Het is een vervolg op de begin 2015 door minister Asscher gehouden internetconsultatie. Staatssecretaris Klijnsma verduidelijkte het voorstel op onderdelen.

Grens inhoud en uitvoering onduidelijk

De OR krijgt instemmingsrecht over de inhoud van de arbeidsvoorwaarde pensioen ongeacht de pensioenuitvoerder. Het maakt dus niet uit of de regeling wordt uitgevoerd door een pensioenfonds, verzekeraar of premiepensioeninstelling. Het instemmingsrecht gaat niet over de uitvoering van de pensioenregeling. Maar de grens tussen inhoud en uitvoering is niet altijd duidelijk. In de uitvoeringsovereenkomst kunnen pensioenaspecten staan waarvoor instemming vereist is. Veel reacties in de internetconsultatie wezen ook op deze onduidelijkheid.

Directe invloed op pensioenovereenkomst

Het kabinet bepaalt nu dat het gaat om regelingen die direct van invloed zijn op de pensioenovereenkomst. Het gaat in elk geval om een regeling over de manier waarop de verschuldigde premie wordt vastgesteld en een regeling over toeslagverlening. Afspraken over de premie kunnen inderdaad van invloed zijn op het pensioen. Maar dat geldt niet voor zuiver procedurele afspraken. Het toeslagbeleid heeft invloed op het pensioen, maar de uitwerking daarvan is vaak opgedragen aan het pensioenfondsbestuur. In dat geval heeft de OR geen instemmingsrecht.

Pensioencontract  zo compleet mogelijk

Ook andere onderdelen van de uitvoeringsovereenkomst kunnen direct van invloed zijn op de pensioenovereenkomst. De ondernemer en de OR kunnen van mening verschillen. Is bijvoorbeeld het schrappen van een bijstortverplichting door de werkgever instemmingsplichtig? Volgens het voorontwerp was dat het geval. Nu staat het er niet meer in. Het instemmingsrecht geldt voor wijzigingen van de pensioenovereenkomst. Een oplossing is daarom om het pensioencontract zo compleet mogelijk te maken. Dan blijft de uitvoeringsovereenkomst buiten het instemmingrecht.

Vrijwillige regelingen bedrijfstakpensioenfonds

Het instemmingsrecht geldt volgens de toelichting ook niet voor ondernemers die zich vrijwillig aansluiten bij een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds. Dat is zo geregeld omdat zij geen mogelijkheden hebben om zelfstandig de regeling te wijzigen. Vergelijkbaar is de situatie dat ondernemers een aanvullende pensioenregeling door het bedrijfstakpensioenfonds laten uitvoeren. Onduidelijk is of in dat laatste geval het instemmingsrecht wel aan de orde is.

OR aan zet bij ander toezichtkader

De OR heeft geen instemmingsrecht over de pensioenuitvoerder. Maar wel voor het onderbrengen van het pensioen bij een buitenlandse pensioenuitvoerder. Dan gaat namelijk een ander toezichtkader gelden. Met als gevolg andere zekerheidswaarborgen. Ook als een werkgever een verzekerde regeling beëindigt en de pensioenregeling onderbrengt bij een (algemeen) pensioenfonds verandert het toezichtkader. Met als gevolg minder zekerheidswaarborgen. Ook in dat geval lijkt een instemmingsrecht als extra waarborg passend.

Wijziging door pensioenfonds

Volgens de toelichting heeft de OR instemmingsrecht als de ondernemer van plan is de bevoegdheid tot wijziging van de pensioenovereenkomst over te dragen aan het pensioenfondsbestuur. Dat kan van belang zijn bij de overstap naar een Algemeen Pensioenfonds.

Informatieplicht zonder instemmingsrecht schrappen

Omdat de OR instemmingsrecht krijgt over bepaalde aspecten van de uitvoeringsovereenkomst, moet de ondernemer de OR informeren over elk voorgenomen besluit over een uitvoeringsovereenkomst. Er kan immers verschil van mening zijn of de OR instemmingsrecht heeft. Maar de informatieplicht geldt ook als de OR geen instemmingsrecht heeft, omdat over de pensioenregeling inhoudelijke afspraken zijn gemaakt in een cao. Verder is de informatieplicht uitgebreid tot een uitvoeringsreglement.

Meer duidelijkheid wenselijk

De grens tussen inhoud en uitvoering is niet altijd eenduidig. Onder het instemmingsrecht vallen ook uitvoeringsaspecten in de pensioenovereenkomst en pensioenaspecten in de uitvoeringsovereenkomst. Wij verwachten mogelijk discussies tussen ondernemer en OR. De pensioenadviseur dient het verschil tussen directe en indirecte invloed in te schatten. De werkgever kan problemen voorkomen door het pensioencontract zo compleet mogelijk te maken. Dan zou de uitvoeringsovereenkomst technisch gezien buiten het instemmingrecht kunnen blijven.

Heeft u vragen, opmerkingen of wilt u een afspraak maken, dan kunt u mij bereiken via:

T:  055-7851377 of 010-7982435

M: 06-16026504

E:  erik@hertgerspensioenadvies.nl

Apeldoorn, 11 april 2016

Erik Hertgers
Hertgers Pensioen Advies

Disclaimer
Dit artikel is geschreven naar de inzichten van 11 april 2016. Hertgers Pensioen Advies heeft bij het redigeren van dit artikel de nodige zorgvuldigheid betracht. Hertgers Pensioen Advies is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat als gevolg van onjuistheden in dit artikel.

Aanpakken pensioentekort is complex

Een derde van de Nederlanders gaat minder pensioen ontvangen dan hun beoogde bestedingsruimte. Door psychologische drempels en complexiteit van de materie komen veel mensen niet in actie om hier iets aan te doen. Ook het gebrek aan overzicht van mogelijke oplossingen speelt een rol. Dat blijkt uit onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Samen met partijen in en rondom de pensioensector wil de AFM mede op basis van gedrags-economische inzichten tot oplossingen komen.

Financieel welzijn

Inkomen voor de oude dag (pensioen) is essentieel voor het financiële welzijn na afloop van het arbeidzame leven. Het is voor veel Nederlanders het belangrijkste financiële product dat ze hebben. Onvoldoende pensioen heeft vervolgens ook impact op het duurzaam financieel welzijn van de samenleving als geheel. Binnen het platform Wijzer in geldzaken wil de AFM samen met andere partners in en rondom de pensioensector later dit jaar een rondetafelgesprek organiseren. Het geconstateerde probleem kan niet door één partij worden opgepakt, maar vergt een gezamenlijke inspanning.

Potentieel pensioentekort

Uit onderzoek van de Universiteit Leiden in opdracht van de AFM blijkt dat een derde van de Nederlanders na pensionering minder gaat ontvangen dan hun beoogde bestedingsruimte. Wanneer de waarde van de eigen woning wordt meegenomen in de berekening, heeft bijna een kwart nog steeds een tekort. Er zijn diverse groepen met extra risico op een pensioentekort: gescheiden mensen, zzp’ers, eigenaren van woningen die onder water staan en mensen uit de leeftijdscategorie 35-40 jaar. Maar ook arbeidsongeschikten en mensen met (veel) tijdelijke arbeidscontracten lopen risico.

Wet pensioencommunicatie

Hoewel de pensioensector al diverse initiatieven heeft ondernomen en verbeteringen heeft doorgevoerd, ontbreekt het veel mensen nog steeds aan goed inzicht in hun specifieke situatie, nu en in de toekomst. De nieuwe Wet pensioencommunicatie biedt mogelijkheden voor verdere verbetering, bijvoorbeeld door meer op maat te communiceren naar specifieke doelgroepen en door uitbreiding van de functionaliteit van mijnpensioenoverzicht.nl.

Ondanks dergelijke verbeteringen, leidt dit vaak niet tot een totaaloverzicht en begrip van het besteedbare inkomen bij pensionering. Psychologische factoren, zoals uitstelgedrag of onderschatting van het probleem, spelen namelijk een grote rol bij het niet of onvoldoende in actie komen door consumenten, samen met de complexiteit van de materie.

Wegnemen barrières

Uit gedragswetenschappelijk onderzoek en analyses door de AFM van huidige initiatieven, blijkt dat alleen informeren niet voor iedereen een oplossing is. Kansrijker lijkt het wegnemen van de barrières om in actie te komen en gerichte ondersteuning, bijvoorbeeld via gepersonaliseerde digitale hulpmiddelen. Een persoonlijke aanpak in combinatie met periodiek digitale ondersteuning kan hindernissen overbruggen. Deze en andere initiatieven moeten wel op het effect op daadwerkelijk gedrag worden gemeten en beoordeeld.

Hoe financieel bewust bent u eigenlijk?

  • Weet u precies wat het netto maandinkomen voor uw nabestaanden is als u zou overlijden?
  • Hoeveel netto maandinkomen heeft u als u met pensioen gaat? En kunt u van dat inkomen nog wel fatsoenlijk leven?
  • Hoe ziet uw inkomen er uit als u arbeidsongeschikt of werkloos wordt?
    Hoe lang heeft u dan recht op een uitkering?

Allemaal vragen waar u vroeg of laat mee te maken kunt krijgen en waaruit zal blijken dat uw netto inkomen de hoeksteen is van uw financiën. Goed inzicht hierin is onmisbaar!

Regeren is vooruitzien: laat nu uw Pensioen- en inkomensscan maken

Als onafhankelijk pensioen advieskantoor willen wij een bijdrage leveren aan het vergroten van uw pensioenbewustzijn. Daarnaast geven wij u graag duidelijk inzicht in de financiële gevolgen van belangrijke gebeurtenissen.

Wij kunnen ook voor u een complete pensioen- en inkomensscan maken. De gegevens van uw (eventuele) partner kunnen worden opgenomen in het rapport, zodat u direct ziet hoe u er persoonlijk en als gezin exact voor staat.

In een begrijpelijk rapport ziet u in één oogopslag en in ‘gewone mensentaal’ wat uw inkomen is bij:

  • Overlijden
  • Arbeidsongeschiktheid
  • Werkloosheid
  • Pensionering

Wat kost het?

Wij kunnen uw persoonlijke financiële pensioen- en inkomensscan uitvoeren voor slechts € 200,- (inclusief BTW).

De scan wordt volledig onafhankelijk voor u uitgevoerd en heeft uitsluitend tot doel om u concreet een helder inzicht te geven in uw persoonlijke financiële situatie.

Hoe werkt het?

Stap 1

U geeft aan dat u uw eigen situatie wilt laten beoordelen via erik@hertgerspensioenadvies.nl of 06-16026504.

Stap 2

Wij nemen contact met u op en geven aan u door welke gegevens we nodig hebben voor het maken van uw pensioen- en inkomensscan.

Stap 3

U levert de benodigde informatie aan en wij voeren de pensioen- en inkomensscan voor u uit. Het rapport met de uitkomsten mailen wij naar u toe.

Stap 4

Wij voeren een persoonlijk gesprek met u. Dit kan telefonisch, bij u thuis of bij ons op kantoor (wat u wenst). Tijdens dit gesprek nemen we het rapport met u door en beantwoorden wij eventuele vragen.

Stap 5

U weet precies hoe u ervoor staat!

Maak nu een afspraak: tel.: 06-16026504 of e-mail: erik@hertgerspensioenadvies.nl

 

Apeldoorn, 10 april 2016

Erik Hertgers
Hertgers Pensioen Advies

 

DGA en werknemersverzekeringen

Op 1 januari 2016 treedt de nieuwe Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder (DGA) in werking. Deze nieuwe regeling geeft duidelijkheid over de vraag of een DGA verzekerd is voor de werknemersverzekeringen. Deze nieuwe regeling was nodig door de komst van de Flex-BV en door recente jurisprudentie.

Achtergrond van de nieuwe regeling
De nieuwe regeling wordt ingevoerd omdat de bestaande regeling sinds de invoering van de flex-BV per 1 oktober 2012 (Wet vereenvoudiging en flexibilisering BV-recht) verouderd is en er de nodige ontwikkeling is geweest in de jurisprudentie. De bestaande regeling wordt per 1 januari 2016 ingetrokken en vervangen door de nieuwe regeling.

Huidige regeling
Een bestuurder van een vennootschap is in dienstbetrekking bij die vennootschap indien hij daarvoor een vergoeding ontvangt. Dat betekent dat hij loonbelasting moet afdragen en bovendien kwalificeert hij voor de werknemersverzekeringen mogelijk als DGA indien hij aandelen in die vennootschap heeft. Hierdoor is hij mogelijk niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen.

In de huidige regeling is de definitie van bestuurder beperkt tot de statutair bestuurder. In jurisprudentie wordt die tekst heel letterlijk genomen. Dit leidt er bijvoorbeeld toe dat premieplicht ontstaat als in plaats van de natuurlijke persoon een persoonlijke holding statutair bestuurder is van de werk-BV.

Nieuwe regeling
In de nieuwe regeling is de definitie van het begrip bestuurder uitgebreid. Naast de statutair bestuurder wordt ook de natuurlijke persoon die namens een rechtspersoon de werkzaamheden voor de vennootschap feitelijk verricht, als bestuurder aangemerkt. Een bestuurder kwalificeert op basis van de nieuwe regeling niet voor de werknemersverzekeringen indien hij (direct of indirect):

  • Samen met zijn echtgenoot* een zodanig aantal aandelen bezit dat hij volgens de statuten zelf of met zijn echtgenoot kan besluiten over zijn ontslag;
  • Samen met bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad en zijn echtgenoot, ten minste 2/3 van de aandelen met stemrecht bezit zodat hij met die bloed- of aanverwanten en zijn echtgenoot, over zijn ontslag kan besluiten;
  • Een zodanige zeggenschap heeft, al dan niet met elkaar in een groep verbonden, dat hij hierdoor over zijn ontslag kan besluiten;
  • Behoort tot een zodanige groep die samen alle aandelen houden van de vennootschappen en waarvan elke aandeelhouder een gelijk of nagenoeg gelijk deel van het kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigt.
    * Als echtgenoot wordt ook aangemerkt de geregistreerde partner en de ongehuwd meerderjarige waarmee de bestuurder een gezamenlijke huishouding voert (niet een bloedverwant in de eerste graad).

Voor de inkomstenbelasting heeft een DGA een aanmerkelijk belang als hij ten minste 5% van het aandelenkapitaal bezit.

Voor de loonbelasting is een DGA werknemer als hij arbeid verricht voor een lichaam waarin hij of zijn partner een aanmerkelijk belang (volgens de definitie van de inkomstenbelasting) heeft. Dit kan een echte dienstbetrekking zijn maar ook een fictieve.

Voor de Pensioenwet wordt een DGA met 10% of meer van de aandelen met stemrecht niet als werknemer aangemerkt.

Conclusie
In de nieuwe regeling wordt meer naar de feitelijke omstandigheden gekeken. Het uitgangspunt is of een gezagsverhouding tussen de vennootschap en de bestuurder aanwezig is. Dit betekent dat als een DGA zijn ontslag zelf kan bepalen er géén sprake is van een gezagsverhouding.

Bij pensioenopbouw en gecombineerde pensioenverzekeringen in eigen beheer, is het van belang dat er ook meer dan 10% stemrecht aanwezig is, anders is er sprake van een onzuivere pensioentoezegging.

Heeft u vragen, opmerkingen of wilt u een afspraak maken, dan kunt u mij bereiken via:

T:  055-7851377 of 010-7982435
M: 06-16026504
E:  erik@hertgerspensioenadvies.nl

Apeldoorn, 13 december 2015

Erik Hertgers
Hertgers Pensioen Advies

Disclaimer
Dit artikel is geschreven naar de inzichten van 13 december 2015. Hertgers Pensioen Advies heeft bij het redigeren van dit artikel de nodige zorgvuldigheid betracht. Hertgers Pensioen Advies is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat als gevolg van onjuistheden in dit artikel.